Even kijken of het nog werkt

We zijn volop bezig met de voorbereidingen om de oversteek van de Pacific te kunnen maken. Één daarvan is nakijken of we de mailberichten die we via de radio kunnen verzenden wel op de site kunnen krijgen. Daarvoor dus nu even een test end:

De 10e April

De 10e! Dan is het zover. Dan zullen we met Charlie II door de zes sluizen van het Panamakanaal varen om vervolgens de Grote Oceaan, ook wel Pacific genoemd, over te steken naar Frans Polynesië. 

Als je denkt dat dit/wij bijzonder is/zijn, kom dan maar eens een kijkje nemen in Shelter Bay Marina, het voorportaal voor de doorsteek. Van hieruit vertrekken dagelijks zeilboten richting kanaalingang en worden lege plekken direct opgevuld door een volgende lichting Pacific-gangers. 143 zeilschepen hebben zich dit jaar al vrijblijvend geregistreerd voor de tocht naar de Markiezen, een van de vijf eilandengroepen behorend bij Frans Polynesië. Een bont gezelschap klassieke scheepjes, moderne jachten, grote catamarans varend onder vlaggen van over de hele wereld. Uniek? Nee, dat zijn we écht niet. Spannend vinden we het wel want zodra we de kustlijn van Ecuador achter ons laten is er geen weg meer terug en zullen we tussen de 25 en 40 dagen onderweg zijn met niets dan water om ons heen. Maar eerst gaan we dus 10 april door dat beroemde kanaal. 

Na een flitsbezoek aan Nederland keren we terug met een dubbele hoeveelheid bagage. Vooral reserve onderdelen en goodies waarvan we menen dat we niet zonder kunnen. Hadden we in Nederland al geen tijd voor onszelf, terug in Panama lijkt alles nog meer in een stroomversnelling te gaan. Als we de douane beambte op het vliegveld van Panama City een bewijs overhandigen dat we eigenaren zijn van een boot in transit (doorreis) mogen we zonder verdere inspectie en zonder invoerkosten het land in. Omdat het al laat is, slapen we een nachtje in een hotel vlak bij de luchthaven. De volgende ochtend worden we opgepikt door vrienden, gaan direct winkelen in de belastingvrije zone bij Colon en klimmen pas via de ladder aan boord als de dag alweer op zijn eind is. Na een half doorwaakte nacht, we hebben een flinke jetlag, begint Rob al vroeg met het terugplaatsen van het in NL gerepareerde boegschroefluik waarna we nog dezelfde middag het water ingetakeld worden en nog een dag later zijn we op weg naar de haven van waaruit we de kanaal doortocht kunnen regelen. Na een prachtige 5 uur durende zeiltocht en hulp bij het aanmeren in Shelter Bay marina worden we ingewijdt door Duitse en Nederlandse vrienden. ‘De beste douches zijn dáár, de vrouw van de wasserette is een chagrijn, hier kun je je naam op de lijst zetten als je met de gratis bus naar het winkelcentrum wilt, boven is een loungeruimte met ruilbibliotheek en snel internet, etc.. en…’happy hour’ is dagelijks vanaf 17.00 uur. Om 16.00 uur ploffen we neer op het terras. Voor ons is het happy hour al begonnen. Eindelijk even rust.

Het wordt 11.30 uur, 12.00 uur, 12,15 uur…en nog altijd is de meter niet in zicht. Zo gaan we de bus missen! Zowel voor vandaag als morgen hebben we onze namen op de buslijst gezet. Vandaag om naar de bank te kunnen. Morgenvroeg om inkopen te doen. 

‘Waar blijft die meter nou?’ Ik ben de steigers al afgelopen want bij B. is hij al wel geweest dus hij moet in de buurt zijn. ‘Niet dus.’ ‘Balen’, want zonder meting krijg je geen transit datum. Eindelijk tegen 12.30 uur stapt er een jonge meid aan boord met excuses dat ze verlaat is. Ze is duidelijk niet de man die eerder op de andere Nederlandse boot was maar ze komt gelukkig wel meten. Of we maar even assistentie willen verlenen en het begin van het meetlint uit de rolmaat willen vasthouden. De lengte van Charlie II wordt vastgesteld op 15.40 m. Smokkelen is er niet bij. De bevestiging dat we in een hogere prijsklasse vallen is jammer maar eigenlijk wisten we al dat we duur uit zouden zijn. De lengte van de boot is bepalend voor de kosten voor de kanaaltocht. Het omslagpunt ligt bij 15 m precies. Langer betekent 30% meer betalen. Slik! Als de papieren zijn ingevuld en de procedure is uitgelegd, besluiten we alsnog naar de bank te gaan. Dan maar met een taxi want de bus is al lang weg. Bij de $ 2.375 (inclusief borg) die we cash moeten neertellen zijn de extra kosten van de taxi verwaarloosbaar. Vlug verruilen we onze boordkleren voor een bankwaardige outfit. Nou, die moeite hadden we ons kunnen besparen. We hebben pech op pech. Eerst de meter te laat en dan is er ook nog geen enkele taxi meer beschikbaar blijkt even later. Zelfs als er wel een beschikbaar was geweest, was het nog maar de vraag of we op tijd bij de bank zouden zijn aangekomen. Er zit niets anders op dan een extra dag te wachten.  

Om 07.30 uur de volgende ochtend zitten we in de bus. Zigzaggend om de vele diepe gaten in het wegdek te vermijden, verlaten we het haventerrein, passeren het sluizencomplex om vervolgens bij het winkelcentrum waar we al eerder waren uit te stappen. Na een kop koffie zoeken we een taxi die ons precies op tijd afzet voor de bank die net geopend is. Met het fel begeerde betalingsbewijs keren we in dezelfde taxi terug. Om 18.00 uur kunnen we bellen voor de transitdatum! 

Zonder koffie ditmaal duiken we de supermarkt in voor de eerste lading voorraad. 20 pakken bloem, 10 potten koffie, 12 potten pindakaas, olijven, lang houdbare melk, 50 rollen wc papier, ontelbare blikken groenten. Onze lijst lijkt eindeloos. Het is geen enkel probleem om de ondergrens van $ 500 te halen voor het gratis vervoer van de supermarkt terug naar de haven.

18.00 uur: nog geen datum. Nóg een nachtje slapen en dan: ‘Charlie II. What is your ship identification number?…en…when do you want…’ ’What’s possible? ‘The first opportunity is the 10th’

Vanaf 11 april 2018 vaart Charlie II dus in de Pacific! Nu alleen nog drie line-handlers regelen, lange lijnen, grote fenders en nóg meer voorraad.

Tussen Colombia en Shelter Bay hebben we een bezoek gebracht aan de Kuna Yala indianen in de San Blas eilanden groep voor de oostkust van Panama. Ivm de drukte nu geen verslag hiervan, enkel foto’s.

Charlie II in het paradijs

Het dorp van Islas de Pinos

Primitief

De vooruitgang, zonnepanelen!

En de enige telefoons in het hele dorp

Uitgeholde boomstam

Lokale supermarkt

Kinderen, bergen!

Met z’n allen een gemeenschapshuis bouwen.

Lokale dracht

Bescherming tegen de zon door de wangen rood te maken met een vrucht

Prachtige natuur

Local onderweg, alle tijd

Muurschildering met Molamotief

Azuurblauw water

Uitzicht

Locals aan het werk

Herdenkingshutje op de lokale begraafplaats

Colombia

Colombia, we dachten dat we er nooit zouden komen toen we de noordoost hoek van Jamaica om waren. Uren voeren we al kruisend langs de kust zonder dat het einde in zicht kwam. De halve knoop stroom tegen volgens de boekjes waren er in werkelijkheid drie! De golven veel hoger dan we comfortabel vinden. Charlie II maakte zich hier allemaal niet druk over zodat we uiteindelijk natuurlijk toch ons doel bereikten. De zware tocht zorgde nog wel even voor paniek toen ik Rob vlak nadat we in Santa Marta aan de steiger lagen buiten westen op het toilet aantrof. Hulptroepen waren gelukkig snel ter plaatse en na toediening van vocht, zout en suiker knapte hij snel weer op.
Inmiddels zijn we alweer bijna twee maanden in dit zuid Amerikaanse land. Het land dat tot voor kort nog gedomineerd werd door gerillabeweging FARC. Het land van drugsbaron Pablo Escobar die vanuit Medellín, destijds de gevaarlijkste stad ter wereld, zijn imperium runde. Inmiddels heeft de FARC stappen gezet richting vrede en is Escobar overleden waardoor we veilig het binnenland kunnen verkennen.

Cartagena

Cartagena

Cartagena

“Colombia is an amazingly hospitable place, don’t be surprised if locals stop you to say thank’s for visiting their country. Eric Kracht van National Geographic schrijft dit als insider tip in hun reidgids voor Colombia.”

Aan de noordkust in Santa Marta (500.000 inwoners) en in Cartagena (ca 1 miljoen inwoners) ervaren we dit inderdaad zo. Maar of dit ook geldt voor de rest van het land? Er is maar een manier om hier achter te komen. Precies! Op pad gaan! Met meerdere reisgidsen en ervaringen van zeilers die ons voorgingen als leidraad stippelen we een globale route uit met de mogelijkheid die dagelijks te wijzigen. Vroeg in de avond lopen we met Josje en Gerard, onze rolkoffertjes en rugzakken de haven uit op zoek naar een taxi. Normaal gesproken geen probleem maar het is vakantietijd en zo druk dat meerdere chauffeurs ons niet willen meenemen. Niet onvriendelijk doch begrijpelijk want het busstation waar we heen moeten is te ver buitenaf waardoor ze minder ritten kunnen maken en daardoor broodnodige inkomsten kunnen mislopen. Bij de 4e hebben we geluk. Voor het standaard bedrag van COP 8.000 (€ 2,35) brengt hij ons heelhuids, naar de terminal vanwaar de grote-afstand-bussen vertrekken. Geen simpele opgave bij de Colombiaanse rijstijl waarbij scooters busjes en auto’s zigzaggend over straat gaan gebruikmakend van ieder gaatje om maar zo snel mogelijk van A naar B te komen. Het bussennetwerk is geweldig. Iedere plaats tot de kleinste gehuchtjes toe zijn per bus bereikbaar. Afhankelijk van de afstand en luxe (is er een toilet aan boord, is er WiFi, etc.) wordt er onderweg een of meerdere malen gestopt voor een plaspauze, voor de lunch of bij een controle post waar de chauffeur zich moet melden. Op de stations kun je vrijwel altijd iets te snoepen, te eten en te drinken kopen. Op de grotere stations vind je ook souvenirs of zelfs attributen om je reis nóg comfortabeler te maken. Kaartjes koop je simpelweg aan het loket of nog simpeler van tevoren op het internet. Bagagerestricties zoals bij de luchtvaartmaatschappijen zijn er niet. Zelfs honden gaan mee in het ruim.
Negen uur rijden we door een donkere nacht waarin weinig valt te zien. Maar met de rugleuning van onze stoelen naar achteren en de voetenbankjes uitgeklapt slapen we wel zodat we redelijk uitgerust in de vroege ochtend in Bucaramanga arriveren (…kilometer landinwaarts) voor de overstap naar San Gil. Op dit rustige tijdstip waarop we als toeristen opvallen begrijpen we dat iemand ons komt halen als de bus ongemerkt is gearriveerd. We verbazen ons wel als dat ook op de meest drukke terminals gebeurt zonder dat we ons hoefden te melden. Hoezo weten ze dat ze ons moeten hebben?

Op stap met de bus

Wat een uitzicht

Onderweg een lapje vlees eten

Zie je dat uitzicht! ‘Die natuur!’ ‘Zó mooi!’ ‘Wat een prachtig land!’ Af en toe ontsnapt ons een kreet maar meer nog zuigen we sprakeloos de onbeschrijfelijke natuurschoon van Colombia op als we langs de diepste canyon ter wereld rijden. Tussen de groene hellingen schittert in de peilloze diepte het water van de rivier. Boven de canyon hangt een kabelbaan zien we in het voorbijgaan. Bij het binnenrijden van San Gil wordt duidelijk waar de regio om bekend staat. Outdoor activiteiten. Auto’s met aanhangers vol rubber vlotten en opschriften als abseilen, ziplinen, raften en kabelbaantour rijden af en aan.
‘Left, right, left..’ ‘een, twee, een..’ de kreten om het tempo aan te geven schallen door de lucht. Bij het zien van zo veel vlotten bij 30+ graden kon het natuurlijk niet uitblijven. De ochtend na aankomst in het bruisende stadje bedwingen we met een vlot de stroomversnellingen in de rivier Ponce bijgestaan door twee jonge Colombiaanse stelletjes die maar wat graag optreden als tolk met het beetje Engels dat ze machtig zijn.

Zie ons gaan!

‘That is…’ ‘The name is…’ Here you…‘ Onze voorbuurman draait zich geregeld om om de namen van de stadjes te noemen die we passeren of te vertellen wat er de moeite waard is in moeilijk verstaanbaar Engels. Tijdens de lunchtstop komt hij zelfs met een sapje aan. Een bijzonder Colombiaans drankje dat we beslist moeten proberen.
Het is alweer de zoveelste busrit tijdens onze twee weekse trip. En wederom worden we aangesproken. De eerste vraag is steevast: ‘Waar kom je vandaan’. En vrijwel net zo vaak wordt ons gevraagd wat we van het land vinden en wat we allemaal gaan bezoeken of al bezocht hebben. Dit gebeurt niet alleen tijdens de busritten maar eigenlijk overal waar we komen. Op de pleinen en in de musea in de grote steden Bogota en Medellín, in de hotels, in eettentjes, barretjes en winkels.


Jongeren proberen hun Engels te verbeteren door een praatje aan te knopen, ouderen steken een heel verhaal af in het Spaans of geven enkel een hand of schouderklopje met de vriendelijkste glimlach op hun gezicht. En al heb je in een winkel een uur nodig om iets simpels te vragen in je gebrekkige Spaans de rij wachtenden blijft geduldig wachten.
En ja, soms worden we letterlijk bedankt zoals Eric beschrijft.

Kleurrijk Bogotá

Misschien komt door het roerige verleden van het land dat de bevolking zo vriendelijk en positief is zoals een van de gidsen beweerde of misschien is het gewoon de Colombiaanse aard. Voor ons maakt het waarom ervan niet uit. Wel dat we ons hierdoor ongelooflijk welkom voelen. Dit gegeven in combinatie met de prachtige natuurschoon, de bijzondere steden, de vele (gratis) musea en schitterende kathedralen, de eenvoudige manier van reizen en betaalbare prijzen maakt Colombia tot een top vakantiebestemming.

even de omgeving op ons in laten werken

Bogotá van boven af

Ontbijt in een hostel

Beeld van Botero

Mooie architectuur

één van de vele prachtige vergezichten

Voor en voorbij de golfstroom (Van thermokleding naar bikini)

We gaan terug zoals we gekomen zijn, over het brede water van de Chesapeake Bay, de afslag Norfolk voorbij, langs het uitgestrekte Virginia Beach naar de uitgang van de Amerikaanse staten Maryland en Virginia, naar de ingang van de Atlantische oceaan. Onderweg worden we uitgezwaaid door hele scholen dolfijnen, de kleintjes dicht aangedrukt tegen hun moeders en al net zo snel zwemmend als de groten. De nieuwsgierige spanning voor het ontdekken van nieuwe plaatsen is iets minder dan de heenweg. We blijven nog een poosje in Amerika en ook al hebben alle staten hun eigen identiteit in grote lijnen verschillen de plaatsen die we gaan bezoeken niet heel veel van wat we de afgelopen maanden gezien hebben. De spanning voor het zeilen is des te groter. De rap aanstormende winter zorgt voor minder goed voorspelbare, snel veranderende weerbeelden die het lastiger maken de vele meerdaagse tochten die we voor de boeg hebben te plannen. De eerste plaats waar we de nacht willen doorbrengen gooit de planning al direct overhoop. Op het laatste rechte stuk voor de oceaan, dat op de heenweg een levendig strandleven liet zien, beuken nu golven met witte schuimkoppen op het vrijwel verlaten zand. Golven die Charlie II zó heen en weer laten rollen dat ik vlak nadat het anker vastligt een wee gevoel in mijn maag krijg dat snel erger wordt. Met tussenpozen waarin ik naar buiten snel om me horizontaal uit te strekken in de frisse lucht lukt het me nog net om warm eten te maken maar dan moeten we anker op voordat ik echt ziek wordt. We varen verder de nacht tegemoet terwijl het om ons heen langzaam donker wordt.

‘Volgens de AIS liggen er twee zeilboten waarvan een voor de ingang.’ Ingespannen turen we in de verte. ‘Dáár! Één, twéé mooringlichten! En daar nog een. Zie je ze? Nee, dat kan geen ankerlicht zijn dat lijkt wel een lantaarnpaal of zo.’ Terwijl we volgens de kaart op de I-pad langzaam land naderen proberen we de contouren ervan te onderscheiden in de inktzwarte massa om ons heen. Na in de middag met gemak Kaap Hatteras gerond te hebben, varen we alweer een aantal uren recht tegen de wind in waardoor de neus van Charlie flink op de golven bonkt tijdens onze tweede achtereenvolgende nacht op zee. De maan die ons zou moeten bijlichten is weggekropen achter een lange stoet donkere wolken. Voor ons uit moet een windluwe ankerplaats zijn, ‘Cape Lookout’, waar we kunnen uitrusten en wachten op noodzakelijk daglicht om de historische stad Beaufort North Carolina te kunnen binnenvaren. Nogmaals de kaart raadplegend ankeren we buiten de aanbevolen plaats en ver genoeg van land en lichten om safe te liggen. Een goede keuze blijkt ‘s morgens. Vissersboten vergezeld door troepen meeuwen en pelikanen blokkeren de ingang van de beschutte baai en bevolken het water om ons heen. Voor dagjesmensen op het smalle, lange strand pal voor ons is het nog iets te vroeg.

Een uur later liggen we in hartje Beaufort. De donkere wolken van de vorige dag hebben plaatsgemaakt voor een stralende zon die ons vergezelt op onze wandeling door deze toeristische stad met gezellige terrasjes aan de waterkant, souvenirshops en historische huizen.
De doorkijk onder de gloednieuwe brug waar Charlie II voor ligt geeft zicht op de ICW (Intracoastal Waterway). Een binnenlandse noord-zuid vaarweg parallel aan de oostkust die meandert door het Amerikaanse landschap. ‘Als de mast van Charlie toch eens een meter korter was geweest’, met enige afgunst kijk ik naar de zeilers die wel onder de vaste brug door kunnen en beschut in dagetappes langs fraai begroeide oevers, leuke stadjes en dorpen kunnen trekken, die geen weergaatje van 2 of 3 dagen nodig hebben en geen (nacht)wachten hoeven lopen. Wij moeten eerst weer terug naar het grote open water van de oceaan om verder af te kunnen zakken.

Waterkant Beaufort

Lange sportbroek, hemd, t-shirt met lange mouwen, trui, vest, zeilpak, thermo sokken, wollen sokken….alles komt uit de kast en wordt laag over laag aangetrokken voor het vervolg naar beneden. In plaats van warmer lijkt het almaar kouder en natter te worden. Zelfs de radio rept over de lage temperaturen die meer passen bij januari dan begin november. De uren daglicht zijn beperkt. Om 16.00 uur begint het te schemeren, een uur later is het al stikdonker. Snel knipperende lichten van rode en groene boeien, mooringlichten van andere zeilboten en verlichting van huizen op de kant wijzen de weg naar een veilige ligplaats in Wrightsville Beach omdat we ook hier in het donker binnenkomen. Een extra ingelaste stop, slechts goed voor het inslaan van verse proviand maar verder oninteressant en alleen bedoeld om code oranje uit te zitten. Zodra de wind genoeg is afgezwakt wagen we de sprong naar Charleston.

In het centrum van een van Amerika’s oudste steden treffen we tijdens ons eerste bezoek stoepen vol opeengepakte wachtende mensen aan. Meest vrouwen van ergens tussen de 15 en 30 jaar oud. Vrijwel allemaal hebben ze een of meerdere boeken bij zich. Sommigen slepen zelfs een rolkoffer vol mee. ‘Wat staan die hier nou te doen?’ vraag ik een meisje dat tegen een kraam geleund staat die de stoep blokkeert terwijl de meiden in de langsschuivende rij aanpakken wat de man achter de kraam aanreikt. Het blijkt signeerdag te zijn. Schrijvers van naam zijn vandaag speciaal naar Charleston gekomen om handtekeningen uit te delen aan hun fans die hier in grote getalen op af zijn gekomen. Het gratis boek dat vanuit de kraam wordt uitgedeeld is een try-out waarop je commentaar kunt geven. Ik weet er een te bemachtigen maar moet bekennen dat ik het nog niet heb gelezen. Meerdere malen dolen we door de Engels aandoende stad, langs ontelbare opleidingsinstituten, veelal medisch, door deels autoloze winkelstraten, bekijken souvenirs in de oude markthal en kijken vanaf de walkant waar we binnen zijn komen varen. Aanduidingen met jaartallen uit de 16e en 17e eeuw zijn talrijk en regelmatig horen we: ‘…This is the first…, en ‘…This is the oldest…’ Met een nieuw paar fantastische wandelschoenen die wel helemaal van deze tijd zijn vervolgen we onze route.

Met het passeren van de Golfstroom, laten we Amerika definitief achter ons. Gedaan is het met de kou, de geschiedenislessen over de kolonialisatie en de Amerikaanse burgeroorlog, het fastfood en de lage prijzen. Voor ons liggen de duizenden eilanden van de Bahama’s waar ‘property’, toerisme en zout de belangrijkste inkomstenbronnen vormen, waar een gewone tomaat weer $2 kost maar de kreeften voor het grijpen zijn, waar je met een ruim gevulde portemonnaie maar liefst keuze hebt uit zes eilanden volgens een verkoop brochure voor onroerend goed. Inmiddels weer alleen trekken we in vogelvlucht door het gebied van noordwest naar zuidoost zoveel mogelijk eilanden bezoekend waar we nog niet eerder waren. De vele lagen kleding gaan gaandeweg uit.
‘24 graden!’ ‘Wát?’ ‘Het water’, roep ik enthousiast naar Rob, ‘de watertemperatuur is 24 gr C volgens de meter!’ ‘Dan spring ik erin.’ Een plons..en ja hoor, Rob is in zijn nakie in het water gesprongen. Afgelopen juni zwommen we voor het laatst in het zwembad van de marina in Deltaville. Voor anker op een eenzame plek voor de kust van Eleuthera (uitspraak: iloetra), een lang, gebogen eiland 110 mijl lang slechts 1,5 breed met 11.000 inwoners verdeeld over een handvol ‘settlements’ is het poedelen een genot. Het water is schoon en glashelder. Op de bodem zien we her en der jong koraal met vis én de voelsprieten van een kreeft. Net niet rap genoeg dit beestje, verdwijnt hij in de pan voor de lunch nadat we al twee avonden verse mahi-mahi hadden voor het diner.
Natuurpark ‘Conception Island’ wordt op internet beschreven als het mooiste eiland van de Bahama’s wat we alleen maar kunnen beamen. Zonder bewoners of andere bezoekers maar met het meest schitterende zandstrand, water van 25,5 gr C en een kleurrijk onderwaterleven is het een heel etmaal ons privé paradijs.

Verstekeling

 

Wandelend naar de supermarkt stopt er een auto naast ons. ‘I thought you were waiting for me!’ Het is de uitklaringsambtenaar die ons aanspreekt. Ingeseind door de douanemannen is hij onderweg terug naar kantoor. En aangezien we de enige vreemden zijn op het 900 inwoners tellende Great Inagua, een van de grootste eilanden, moeten wij wel het stel zijn dat hem nodig heeft. We spreken af dat we eerst inkopen doen en er dan aankomen. Zodra we de deur van het kantoor openen weten we weer wat het begrip ‘island time’ betekent. De ambtenaar is nog nergens te bekennen. We ploffen neer op de twee bezoekersstoelen naast de nationale vlag in de verder kale ruimte luisterend naar het onverstaanbare dialect van de medewerkster die ons niet kan helpen. De terugkerende beambte uiteindelijk ook niet. Onze papieren waren al exit proof.

Na 36 uur waarvan 34 zeilend en een gemiddelde van 7,1 kn is Charlie II exact een maand na Deltaville aangekomen in Jamaica. Nog één oversteek van 3à4 dagen te gaan naar einddoel Columbia.