Tahanea

In de tijd dat we nog geen idee hadden wat de wereld rondzeilen in de praktijk inhoud lazen we alle blogs die we maar op het net konden vinden en zoveel mogelijk boeken van zeilers die ons voorgingen naar de plaatsen die we dachten te gaan aandoen. En nog steeds lezen we vóór ieder nieuw seizoen over plaatsen waar we de wal op kunnen, gasflessen kunnen vullen, waar goedkope eettentjes zijn en over mooie anker- en snorkelplekken in het nieuwe vaargebied. Helaas maken alle andere zeilers ook gebruik van dezelfde beperkte leesvoer waardoor we op Fakarava (b.t.w. Niet de grootste, zoals ik eerder schreef, maar de op een na grootste Tuamotu) geen enkele maal alleen op een ankerplaats liggen. De Zuidpas is zelfs ronduit druk te noemen met dertien jachten als we er een paar uur halthouden om te wachten tot het water naar buiten gaat stromen waar Charlie II op mee kan liften. Onderwijl houd ik mijn hart vast voor wat we gaan aantreffen op het meer oostelijk gelegen Tahanea, een onbewoonde atol half zo groot als Fakarava en aangewezen als natuurgebied. Vooral door dit laatste zie ik visioenen van opeengepakte boten als haringen in een ton. ‘Onzin’, volgens Brigit van de boot waarmee we samen op pad zijn, ‘lang niet iedere zeiler wil er naar toe want er is niets te krijgen!’ ‘Ik hoop het.’ Onder een nachtelijke hemel met duizenden sterren glijden we afwisselend onder zeil en op de motor, de snelheid continue aanpassend aan de gewenste aankomsttijd vroeg in de ochtend, door het bijna vlakke water. Bij het naderen van de strook land die oceaan en binnenmeer scheiden, zien we tussen de cocospalmen door maar één mast. Het lijkt erop dat Brigit gelijk krijgt. En inderdaad. Zodra we binnen zijn en rechtsaf draaien zien we slechts één andere zeilboot. Geweldig! Als het anker de grond raakt in het veld bezaaid met zwartogende koraalkoppen is de afstand tot de Amerikaan zelfs voor geoefende zwemmers niet meer te overbruggen. We zijn bijna alleen op dit plekje op de wereld.
Benauwd en plakkerig is het. Alhoewel het ‘s nachts iets koeler is, slaapt Rob regelmatig buiten in de kuip. Meerdere keren per dag springen we overboord om af te koelen en het zweet van onze lijven te spoelen om daarna onder de zoete straal van de buitendouche het zout weer te verwijderen. Zonder badkleding maar met een snorkelbril op, hangend aan de zwemtrap bestuderen we de nieuwe omgeving. Wat zenuwachtig schieten mijn ogen van links naar rechts, verdraai ik bijna mijn nek in een poging in een wijde cirkel om mij heen de driedimensionale omgeving onder water te kunnen scannen. In mijn blote niksie, ben ik ik altijd bang dat er een al té nieuwsgierige vis ineens naar mijn billen zal happen alhoewel ik weet dat zij banger zijn van ons dan wij van hen en ze dus nooit zó dichtbij zullen komen. Behalve de klevers dan. Maar die hebben het meer op je benen gemunt. Maar toch! Er zitten hier ook veel haaien, schiet het door mijn hoofd. Ik heb het nog niet gedacht als een ‘lemon’ shark van drie-en-een-halve meter, die zijn naam te danken heeft aan zijn gelige vel, op gepaste afstand voorbij zwemt, vergezeld van een aantal los meezwemmende kleine siervissen en aan zijn lijf vastklevende zuigvissen. Onze eigen ‘huis’sucker, een klever die al sinds Tahiti meevaart, schiet ineens onder de kiel vandaan zwemt als een speer naar de haai, snuffelt wat aan de staart van het grote beest en draait weer om, terug naar zijn vertrouwde plekje van de afgelopen weken dat hem blijkbaar beter bevalt dan het gele vel van de haai. Ik kan hem geen ongelijk geven. Ik blijf ook het liefst zo dicht mogelijk bij mijn drijvende huis met meerdere haaien in de buurt want ook een schooltje ‘blacktip’ haaien heeft inmiddels zijn opwachting gemaakt.
Beschutting zoekend voor de aantrekkende wind liggen we een dag later op positie Taha 5 van de ‘soggypaws’ gids waarin het eiland in kaart is gebracht. De muur van cocuspalmen waar we dicht tegen aan liggen met uitzicht op een verlaten uitziende hut zorgt voor luwte. Een 360gr panoramafoto, als we die zouden maken, zou verder niets anders laten zien dan water met grote donkere bulten aan de horizon. Regelmatig roept een van ons voor de grap: ‘Hé, daar gaat een containerschip’ wetende dat de bulten in de verte niets anders zijn dan onbewoonbare motu’s die de begrenzing van Tahanea vormen en vergelijkbaar zijn aan die waar we voor liggen, maar ze doen ons sterk denken aan de logge gevaarten die we op de Noordzee veel zagen alweer zes jaar geleden.
In de avondschemering komt er een motorbootje aan met twee oudere mannen en een jonge knul. Ze leggen aan bij de hut, sjouwen er wat spullen heen en vertrekken weer als het volledig donker is geworden. Het zijn arbeiders die het kokosvlees op deze atol en misschien ook op anderen, verzamelen, drogen en verkopen. Ze komen en gaan op de meest vreemde tijden, zelfs midden in de nacht en zoeken geen enkel contact. Twee dagen zijn zij de enige andere mensen. Als we na zonsondergang geen ankerlichten waarnemen beseffen we dat we deze twee dagen zelfs de enige zeilboten zijn.

Het geeft een ongekende rust. Letterlijk! Er is geen ander geluid dan van de rollende golven achter de palmen, de roep van een vogel, een plons van een vis die uit het water springt. ‘s Avonds en ‘s nachts is er geen ander licht dan dat van de maan en duizenden sterren die reflecteren in het water om ons heen.
In navolging van de recent bekeken film ‘Cast away’ waarin de hoofdpersoon als enige strand op een onbewoond eiland gaan we bij daglicht op verkenning. We zoeken onze weg over een grillige bodem van grijze lavasteen met gevaarlijk scherpe punten die regelmatig door onze speciale koraal-bestendige waterschoenen heen prikken. Waar het gesteente op gezette tijden overspoeld wordt door zout water is een glibberige bruine algenlaag achtergebleven en zijn poelen gevormd van verschillende grootte waarin hermietkreeften leven en babyvisjes van een halve pink lengte of zelfs nóg kleiner. Het stukje land recht voor ons kunnen alleen rondlopen, dwars doorsteken wordt door dicht tegen elkaar staande struiken, nog stekeliger dan de scherpe koraalpunten, onmogelijk gemaakt. Een uur. Dan zijn we rond. De buit bestaat uit slechts een handvol glanzende schelpen. Als de werklui nooit meer terug zouden komen en we hier maanden zouden moeten overleven, hebben we nog heel wat te leren. Nu blijft het bij het zelf maken van houtskool dat met een gevonden metalen rooster een super werkende barbecue vormt voor vlees en groenten die we gewoon uit de koelingen aan boord trekken.
De ruimtes tussen de motu’s zijn bedriegelijk. Bij hoog water lijken ze doorgangen van oceaan naar de lagune maar zodra het tij zakt, vallen grote delen droog waardoor de motu’s met elkaar verbonden worden. Zelfs met een paddelboard of platte kano kun je niet van binnen naar buiten of omgekeerd. Wadend tussen transparante vissen, geel-zwarte vissen of vissen met oranje stippen van een nog net niet eetbare maat in dan weer fris water waarvan je kippenvel krijgt, dan weer zo heet water dat je huid er zeer van doet, slechts tot je enkels in het water of een meter verder ineens tot je middel dan weer wandelend over een zandbank steken we van het ene stukje land door naar een volgende onderwijl speurend naar precies die ene heel bijzondere schelp die nog in de verzameling ontbreekt.
De terugweg naar de pas waar we binnenkwamen, voert langs het kerkje dat stamt uit de tijd dat Tahanea nog vaste bewoners had. Het ziet er verlaten uit. Heel anders dan een stukje verderop waar het inmiddels knetterdruk is met twee handenvol boten. Het maakt de twee dagen dat we alleen waren extra bijzonder!

3 gedachten over “Tahanea

  1. Ik heb weer genoten van de verbeeldende omschrijving ik zie het gewoon voor me. En zo geniet ik mee met jullie avonturen. Heerlijk!
    Veel plezier op jullie verdere reis en met de belevenissen onderweg.

  2. Goed weer van jullie te horen. Als andere zeilers jullie verhaal lezen over het paradijselijke stukje wereld met die oorverdovende rust, dan kan het met die rust wel eens gedaan zijn. Mooie beschrijving. XXXRoos

  3. Als het niet zo ontzettend ver weg was, en waar jullie nu zitten waarschijnlijk soort van onbereikbaar, zou ik toch graag nog eens langswippen! Maar jullie verslag is ook leuk hoor 😉
    Voor het geval jullie dit eerder lezen dan Whatsapp: Rob alsnog gefeliciteerd <:)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

wp-puzzle.com logo