Zes weken Markiezen 3

Het is wel duidelijk dat wij voor het updaten van onze blog ook niet op Tahiti en Moorea moeten zijn (sinds begin juli hoppen we heen en weer tussen deze Society eilanden) want het is al weken geleden dat ik schreef versneld onze belevenissen op de site van Charlie II te zullen zetten. We blijven het proberen. Omdat de internetverbindingen hier zo slecht zijn deze keer helaas zonder foto’s. Die komen in een later stadium.

Zes weken Markiezen (vervolg)

Voor we het volgende Markiezen eiland op onze route aandoen, maken we een tussenstop aan de westkant van Hiva Oa. Onder toeziend oog van Maria die vanuit een hooggelegen nis in de rotswand op ons neerkijkt, varen we de lege ankerplaats binnen en gaan zo dicht mogelijk tegen het strand liggen. Opgeschoten struikgewas en een ocrastellage blokkeren het verdere uitzicht. Nieuwsgierig naar wat daar achter is, zoeken Jos en ik de volgende morgen onze weg over het zwarte zand tussen de vele krabbennesten vol leven. Als we opkijken komt een jonge vrouw op ons toegelopen, een Française. Ze is opstapster op de enige andere zeilboot in de baai. Wij hebben kennis gemaakt in Panama. ‘Het is hier mooi!, vooral dáár’, zegt ze terwijl ze naar achteren wijst, ‘daar is echt het paradijs’. We lopen de aangewezen kant uit en tot onze verbazing zien we een kleine bron onder aan een rotswand met glashelder water, omgeven door een sappig groen grasveld en struiken vol prachtige bloemen. Het is een natuurlijke zoetwaterbron die gevoed wordt met water uit het gebergte, de bodem is bedekt met grote keien. In het water huizen garnalen en kleine schelpdiertjes. Drie collega opstappers baden er en wassen er hun kleren.
Een pad voert ons van de bron langs het huis van de enige permanente bewoners temidden van boomgaarden vol sappige mango’s, papaja’s, limoenen en broodfruit en een sappig groen weiland. De vrouw nodigt ons vriendelijk lachend uit om bij haar te komen zitten op planken die als banken dienstdoen onder een houten overkapping. Haar man voegt zich een paar tellen later bij ons en begint de betekenis van zijn uitgebreide lichaamsversiering uit te leggen.
Dit is een schildpad, dat een hagedis en dat…Regelmatig valt daarbij het woord Tiki. De Polynesische tiki’s, goden en beschermheiligen, zijn overal op de eilanden te vinden prominent op een bergtop of al eeuwenlang diep verscholen in het regenwoud, in souvenirwinkels en op armen, benen, ruggen en schouders als onderdeel van de abstracte tatoeages waarmee vrijwel iedere bewoner versierd is.
Enthousiast geworden door onze belangstelling, troont de Polynesier ons mee naar zijn openlucht werkplaatsje. Hij is houtbewerker en een regelrechte kunstenaar. Uit de losse pols snijdt hij de prachtigste Tiki-beelden uit ruwe boomstammen die verkocht worden aan toeristen. Hij heeft net weer een partij weggebracht. Jammer, ik had er graag eentje willen bezitten. Erna is het huis aan de beurt. Drie achter elkaar gelegen even grote, sober ingerichte vierkante ruimtes: een primitieve keuken -koken gebeurt buiten boven een houtvuur-, zitkamer en slaapkamer. De zitkamer is volledig gevuld met het pronkstuk van zijn arbeid, een houten schaaktafel met fraai bewerkte poten. Ook hierin zien we afbeeldingen uit de natuur terug.

Een nóg vruchtbaarder, groene vallei vinden we op Nuku Hiva. In Daniels Bay is slechts een pad dat landinwaarts voert en uitmond in, jawel, een vallei die uitmond in het water van deze zelfde baai. Vanaf het strand klauteren we over rotsblokken die bij vloed onder water komen te staan. Tientallen meters verder voert het smalle pad omhoog. Salamanders schieten voor onze voeten weg, heremietkreeften kruipen schielijk terug in hun geleende behuizing. Op het hoogst gelegen punt hangen de struiken vol bloemen die de Polynesische vrouwen in hun haar dragen. We dalen af en waden door een rivier waarbij het water tot boven onze knieën komt. Weer op het droge staat op een paar meter afstand op een sappig groen wandelpad tussen hoog boven ons uit stekende bananenplanten een gespierde Polynesische man in bodybuilders houding slechts gekleed in een halflange broek, zijn bovenlichaam bedekt met tatoeages. Hij roept en wenkt. Door een ware oase volgen we hem naar zijn huis waar we kennismaken met zijn vrouw Kua. De vruchtbare vallei is al generaties het bezit van haar familie en behalve Kua en haar man wonen er nog tien familieleden.
Ingesloten tussen donkere, grimmige rotswanden en het water van de Stille Oceaan, enkel per vaartuig bereikbaar, is het dagelijks leven een mengeling van eenvoud zoals uit de tijd van de jagers en verzamelaars uit de geschiedenisboeken en luxe door gebruik van hedendaagse techniek. Aan de overkapping van het huis hangen machetes voor het werk in de moestuin en fruitboomgaard, in het aangrenzende water wordt vis gevangen, de jacht op wilde geiten en varkens die in de omgeving rondscharrelen zorgen voor vlees bij de maaltijd. Maar pekelen en inmaken is niet meer nodig. Een diepvriezer aangedreven door energie van zonnepanelen maakt deze ouderwetse technieken om voedsel lang houdbaar te maken overbodig. De vers fruitsapjes die we er blijven drinken worden gemaakt met hulp van een electrische blender. Tijdens onze rondwandeling ontdekken we zelfs een auto. Met heel veel hulp is deze vanaf een boot de vallei ingebracht om slechts dienst te doen als sterke arm wanneer de paardenkrachten van mens en dier niet toereikend zijn.
De stilte zonder de geluiden van een stadse omgeving is rustgevend, de seizoenen bepalen het dagritme waarbij de tijd soms zelfs stil lijkt te staan. Maakt dit deze adembenemend mooie plek tot hét ‘Paradijs’? Heel eerlijk, wij zouden er niet willen wonen. Geef ons maar een meer bewoonde omgeving met winkels en terrasjes die met vervoer over land bereikbaar zijn. Je zult maar voor ieder wissewasje door de onstuimig kolkende watermassa heen moeten die ons ten deel viel toen we Daniels Bay uitvoeren richting het eiland Ua Pou, ons niet gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

wp-puzzle.com logo