Voor en voorbij de golfstroom (Van thermokleding naar bikini)

We gaan terug zoals we gekomen zijn, over het brede water van de Chesapeake Bay, de afslag Norfolk voorbij, langs het uitgestrekte Virginia Beach naar de uitgang van de Amerikaanse staten Maryland en Virginia, naar de ingang van de Atlantische oceaan. Onderweg worden we uitgezwaaid door hele scholen dolfijnen, de kleintjes dicht aangedrukt tegen hun moeders en al net zo snel zwemmend als de groten. De nieuwsgierige spanning voor het ontdekken van nieuwe plaatsen is iets minder dan de heenweg. We blijven nog een poosje in Amerika en ook al hebben alle staten hun eigen identiteit in grote lijnen verschillen de plaatsen die we gaan bezoeken niet heel veel van wat we de afgelopen maanden gezien hebben. De spanning voor het zeilen is des te groter. De rap aanstormende winter zorgt voor minder goed voorspelbare, snel veranderende weerbeelden die het lastiger maken de vele meerdaagse tochten die we voor de boeg hebben te plannen. De eerste plaats waar we de nacht willen doorbrengen gooit de planning al direct overhoop. Op het laatste rechte stuk voor de oceaan, dat op de heenweg een levendig strandleven liet zien, beuken nu golven met witte schuimkoppen op het vrijwel verlaten zand. Golven die Charlie II zó heen en weer laten rollen dat ik vlak nadat het anker vastligt een wee gevoel in mijn maag krijg dat snel erger wordt. Met tussenpozen waarin ik naar buiten snel om me horizontaal uit te strekken in de frisse lucht lukt het me nog net om warm eten te maken maar dan moeten we anker op voordat ik echt ziek wordt. We varen verder de nacht tegemoet terwijl het om ons heen langzaam donker wordt.

‘Volgens de AIS liggen er twee zeilboten waarvan een voor de ingang.’ Ingespannen turen we in de verte. ‘Dáár! Één, twéé mooringlichten! En daar nog een. Zie je ze? Nee, dat kan geen ankerlicht zijn dat lijkt wel een lantaarnpaal of zo.’ Terwijl we volgens de kaart op de I-pad langzaam land naderen proberen we de contouren ervan te onderscheiden in de inktzwarte massa om ons heen. Na in de middag met gemak Kaap Hatteras gerond te hebben, varen we alweer een aantal uren recht tegen de wind in waardoor de neus van Charlie flink op de golven bonkt tijdens onze tweede achtereenvolgende nacht op zee. De maan die ons zou moeten bijlichten is weggekropen achter een lange stoet donkere wolken. Voor ons uit moet een windluwe ankerplaats zijn, ‘Cape Lookout’, waar we kunnen uitrusten en wachten op noodzakelijk daglicht om de historische stad Beaufort North Carolina te kunnen binnenvaren. Nogmaals de kaart raadplegend ankeren we buiten de aanbevolen plaats en ver genoeg van land en lichten om safe te liggen. Een goede keuze blijkt ‘s morgens. Vissersboten vergezeld door troepen meeuwen en pelikanen blokkeren de ingang van de beschutte baai en bevolken het water om ons heen. Voor dagjesmensen op het smalle, lange strand pal voor ons is het nog iets te vroeg.

Een uur later liggen we in hartje Beaufort. De donkere wolken van de vorige dag hebben plaatsgemaakt voor een stralende zon die ons vergezelt op onze wandeling door deze toeristische stad met gezellige terrasjes aan de waterkant, souvenirshops en historische huizen.
De doorkijk onder de gloednieuwe brug waar Charlie II voor ligt geeft zicht op de ICW (Intracoastal Waterway). Een binnenlandse noord-zuid vaarweg parallel aan de oostkust die meandert door het Amerikaanse landschap. ‘Als de mast van Charlie toch eens een meter korter was geweest’, met enige afgunst kijk ik naar de zeilers die wel onder de vaste brug door kunnen en beschut in dagetappes langs fraai begroeide oevers, leuke stadjes en dorpen kunnen trekken, die geen weergaatje van 2 of 3 dagen nodig hebben en geen (nacht)wachten hoeven lopen. Wij moeten eerst weer terug naar het grote open water van de oceaan om verder af te kunnen zakken.

Waterkant Beaufort

Lange sportbroek, hemd, t-shirt met lange mouwen, trui, vest, zeilpak, thermo sokken, wollen sokken….alles komt uit de kast en wordt laag over laag aangetrokken voor het vervolg naar beneden. In plaats van warmer lijkt het almaar kouder en natter te worden. Zelfs de radio rept over de lage temperaturen die meer passen bij januari dan begin november. De uren daglicht zijn beperkt. Om 16.00 uur begint het te schemeren, een uur later is het al stikdonker. Snel knipperende lichten van rode en groene boeien, mooringlichten van andere zeilboten en verlichting van huizen op de kant wijzen de weg naar een veilige ligplaats in Wrightsville Beach omdat we ook hier in het donker binnenkomen. Een extra ingelaste stop, slechts goed voor het inslaan van verse proviand maar verder oninteressant en alleen bedoeld om code oranje uit te zitten. Zodra de wind genoeg is afgezwakt wagen we de sprong naar Charleston.

In het centrum van een van Amerika’s oudste steden treffen we tijdens ons eerste bezoek stoepen vol opeengepakte wachtende mensen aan. Meest vrouwen van ergens tussen de 15 en 30 jaar oud. Vrijwel allemaal hebben ze een of meerdere boeken bij zich. Sommigen slepen zelfs een rolkoffer vol mee. ‘Wat staan die hier nou te doen?’ vraag ik een meisje dat tegen een kraam geleund staat die de stoep blokkeert terwijl de meiden in de langsschuivende rij aanpakken wat de man achter de kraam aanreikt. Het blijkt signeerdag te zijn. Schrijvers van naam zijn vandaag speciaal naar Charleston gekomen om handtekeningen uit te delen aan hun fans die hier in grote getalen op af zijn gekomen. Het gratis boek dat vanuit de kraam wordt uitgedeeld is een try-out waarop je commentaar kunt geven. Ik weet er een te bemachtigen maar moet bekennen dat ik het nog niet heb gelezen. Meerdere malen dolen we door de Engels aandoende stad, langs ontelbare opleidingsinstituten, veelal medisch, door deels autoloze winkelstraten, bekijken souvenirs in de oude markthal en kijken vanaf de walkant waar we binnen zijn komen varen. Aanduidingen met jaartallen uit de 16e en 17e eeuw zijn talrijk en regelmatig horen we: ‘…This is the first…, en ‘…This is the oldest…’ Met een nieuw paar fantastische wandelschoenen die wel helemaal van deze tijd zijn vervolgen we onze route.

Met het passeren van de Golfstroom, laten we Amerika definitief achter ons. Gedaan is het met de kou, de geschiedenislessen over de kolonialisatie en de Amerikaanse burgeroorlog, het fastfood en de lage prijzen. Voor ons liggen de duizenden eilanden van de Bahama’s waar ‘property’, toerisme en zout de belangrijkste inkomstenbronnen vormen, waar een gewone tomaat weer $2 kost maar de kreeften voor het grijpen zijn, waar je met een ruim gevulde portemonnaie maar liefst keuze hebt uit zes eilanden volgens een verkoop brochure voor onroerend goed. Inmiddels weer alleen trekken we in vogelvlucht door het gebied van noordwest naar zuidoost zoveel mogelijk eilanden bezoekend waar we nog niet eerder waren. De vele lagen kleding gaan gaandeweg uit.
‘24 graden!’ ‘Wát?’ ‘Het water’, roep ik enthousiast naar Rob, ‘de watertemperatuur is 24 gr C volgens de meter!’ ‘Dan spring ik erin.’ Een plons..en ja hoor, Rob is in zijn nakie in het water gesprongen. Afgelopen juni zwommen we voor het laatst in het zwembad van de marina in Deltaville. Voor anker op een eenzame plek voor de kust van Eleuthera (uitspraak: iloetra), een lang, gebogen eiland 110 mijl lang slechts 1,5 breed met 11.000 inwoners verdeeld over een handvol ‘settlements’ is het poedelen een genot. Het water is schoon en glashelder. Op de bodem zien we her en der jong koraal met vis én de voelsprieten van een kreeft. Net niet rap genoeg dit beestje, verdwijnt hij in de pan voor de lunch nadat we al twee avonden verse mahi-mahi hadden voor het diner.
Natuurpark ‘Conception Island’ wordt op internet beschreven als het mooiste eiland van de Bahama’s wat we alleen maar kunnen beamen. Zonder bewoners of andere bezoekers maar met het meest schitterende zandstrand, water van 25,5 gr C en een kleurrijk onderwaterleven is het een heel etmaal ons privé paradijs.

Verstekeling

 

Wandelend naar de supermarkt stopt er een auto naast ons. ‘I thought you were waiting for me!’ Het is de uitklaringsambtenaar die ons aanspreekt. Ingeseind door de douanemannen is hij onderweg terug naar kantoor. En aangezien we de enige vreemden zijn op het 900 inwoners tellende Great Inagua, een van de grootste eilanden, moeten wij wel het stel zijn dat hem nodig heeft. We spreken af dat we eerst inkopen doen en er dan aankomen. Zodra we de deur van het kantoor openen weten we weer wat het begrip ‘island time’ betekent. De ambtenaar is nog nergens te bekennen. We ploffen neer op de twee bezoekersstoelen naast de nationale vlag in de verder kale ruimte luisterend naar het onverstaanbare dialect van de medewerkster die ons niet kan helpen. De terugkerende beambte uiteindelijk ook niet. Onze papieren waren al exit proof.

Na 36 uur waarvan 34 zeilend en een gemiddelde van 7,1 kn is Charlie II exact een maand na Deltaville aangekomen in Jamaica. Nog één oversteek van 3à4 dagen te gaan naar einddoel Columbia.

Een gedachte over “Voor en voorbij de golfstroom (Van thermokleding naar bikini)

  1. Mooie blogupdate! Mooie foto’s.
    En nu ga ik maar eens opzoeken op internet waar jullie gevaren hebben!
    Boing… hoor ik daar kwartje vallen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

wp-puzzle.com logo