Varen op de Potomac

Irma komt eraan! Eerst lijkt ze richting Virginia te gaan,… naar Florida, nee toch weer niet, nu veel meer noordwaarts. Zeker is dat ze héél, héél veel wind meebrengt en haar orkaankracht om te beginnen over St. Maarten laat gaan. De dreiging is zo ernstig dat Lagoonies (bar) waar we vele uren doorbrachten al is gesloten en zoveel mogelijk wordt ontmanteld, lazen we op Facebook.
Als Irma Charlie II gaat raken die al twee maanden zonder ons op bokken staat op een goed beschutte jachtwerf zijn we erbij. We duimen dat het met een sisser afloopt.

Chesapeake Bay, een zeer brede waterweg omsloten door de staten Virginia, Maryland en Delaware is de aorta in een netwerk van waterwegen en rivieren die zich op hun beurt weer vertakken in kleinere rivieren, kreken en sloten die steeds dieper het achterland van Amerika binnendringen. Op een uitstekend stuk land ingeklemd tussen twee van Chesapeake’s zijarmen ligt Deltaville. We kozen onder andere voor deze plek om Charlie II achter te laten omdat het buiten de orkaanzone ligt. Maar daar lijkt Irma zich vooralsnog niets van aan te trekken.

Natuurlijk hebben we niet stilgezeten tussen het moment van de kant op gaan en onze aankomst in Norfolk na het hachelijke onweers avontuur. Na een lange periode eiland hoppen (in 8 maanden hadden we meer dan 50 verschillende overnachtingsplaatsen) hebben we om te beginnen volop genoten van het ‘vasteland’leven van Amerika. Na maanden ankeren voor onbewoonde eilanden, kilometers wandelen over lege stranden, voorzichtig je weg zoeken over koraal zo scherp dat zelfs je sterkste sandalen eraan stuk gaan, vinden we het heerlijk twee nachten aan de steiger van de Waterside marina in Norfolk te liggen.

Heel eerlijk? Het was wel een moetje. De douane jongens zagen een ritje in onze dinghy niet zitten. Geeft niets want het is zó fijn om vanaf het dek op een vaste ondergrond te stappen, om in droge kleren de stad in te kunnen lopen voor een ‘frappuccino’ bij Starbucks, rond te dolen in een shoppingmall met de nieuwste mode, om opgetut een drankje te doen in de druk bezochte barren aan de boulevard langs de haven. Een simpele hamburger met frietjes smaakt als een Koningsmaal. Dat we daarvoor twee uur moeten wachten op een zitplaats doet geen afbreuk aan onze gelukzalige stemming. Want, ik schaam me bijna om het te zeggen, de zelfgevangen kreeft, op veel plaatsen een dure delicatesse die lang niet iedereen zich kan veroorloven, kwam onze strot uit.

In hartje Norfolk voorbij het voor bezoekers opengestelde slagschip de USS Wisconsin staan fraai gerestaureerde industriële gebouwen waarin een scala aan overheidsdiensten is gehuisvest en die dateren uit de begintijd van de stad. Recht tegenover de jachthaven op de andere oever van de rivier op niet meer dan vijf minuten varen met een Ferry of dinghy proeven we zelfs de sfeer uit deze lang vervlogen tijd als we door de straten slenteren van Portsmouth’s koloniale wijk met rustieke huizen uit 1820-1830 met bordessen en puntige torens, omgeven door groene bomen die ver boven de huizen uitsteken en waar de dikte van de stammen de ouderdom van de buurt benadrukken. We krijgen er onze eerste Amerikaanse geschiedenisles wanneer een van de bewoners vanaf de veranda van zijn huis bijzonderheden over de buurt verteld.

Als we weer voor even genoeg hebben van het stadsleven varen we terug naar de Chesapeake langs een lange stoet binnenkomende klassieke, dwarsgetuigde drie- en viermasters die het startsein geven voor ‘Sail Norfolk’. Terwijl onze camera blijft klikken om deze deze bijzondere schepen vast te leggen merken we tot onze verbazing dat anderen óns fotograferen. Of het het model van Charlie II is of de Nederlandse vlag blijft een vraagteken maar blijkbaar zijn wij ook bijzonder.

Zonder strubbelingen komen we aan bij Deltaville en blijven er net lang genoeg om een verkennings-tocht in de omgeving en de hoogst nooodzakelijke afspraken te maken. We zitten namelijk op een schopstoel. De terugreis naar Nederland ligt vast en voor die tijd willen heel graag Washington bezocht hebben. Over land, met de auto naar DC een stuk van 2,5 uur. Wij trekken 4 dagen uit om de 120 mijl te overbruggen. We nemen (voorlopig) afscheid van Thomas en Susanne, varen nog een stukje noordwaarts over de Chesapeake en slaan dan linksaf bij de ingang van de rivier de Potomac.
Vanuit de boeken van Clive Cussler had ik een beeld van een zeer druk bevaren rivier waar continu helicopters over vliegen en de oevers vol staan met overheidsgebouwen van waaruit de geheime diensten van Amerika opereren. Ik moet die boeken nog eens na lezen want er klopt echt niets van dat beeld. Verkeer op het water is er nauwelijks. De eerste helicopters zien we pas wanneer we onze eindbestemming in hartje Washington al bijna bereikt hebben. Precies op tijd ligt het anker vast op slechts een paar meter van een klein monument ter nagedachtenis aan de ondergang van de Titanic. Het lijkt bijna of de overkomende squall ook ons naar de ondergang wil helpen. Binnen een paar tellen beneemt de neerstortende watermassa het uitzicht op kade en monument en rukken 40 knopen wind aan de ketting waardoor we flink heen en weer schudden. Gelukkig is het angstige moment van korte duur en droogt alles weer snel op.

Vele kilometers sjouwen we heen en weer langs het centrum van vele bezienswaardigheden de ‘National Mall’. We zien het ‘Witte Huis’, het Capitool, het ‘National Monument’, diverse monumenten voor slachtoffers van vele oorlogen, standbeelden van ex-presidenten. We zuigen bergen info op over de kolonialisatie, de eerste vluchten naar de maan en de teloorgang van de indianen stammen. Tot we echt niet meer kunnen. Met volle hoofden, zere benen en blaren op onze voeten nemen we afscheid van een geweldige stad. (Minpunt is dat we ook afscheid hebben moeten nemen van onze camera inclusief foto’s. Iemand vond hem te mooi om te laten liggen, grrrr!)

Tijdens de terugvaart komen we weer bij. Het overgrote deel van de Potomac is vooral door de week een oase van rust. De rivier is té ondiep en met zijn vele bochten en smalle vaargeul alleen geschikt voor kleinere plezierboten die enkel in weekenden en vakanties op het water te vinden zijn. De weelderige bebossing op de oevers wordt regelmatig onderbroken door gladgeschoren grasvelden glooiend aflopend naar de waterkant. In het midden van het gazon een landhuis groot genoeg om plaats te kunnen bieden aan meerdere gezinnen. De bewoners zijn nergens te bekennen. Ook niet bij de privé aanlegsteiger die in deze waterrijke omgeving natuurlijk niet ontbreekt.

Bij het meest bekende landgoed Mount Vernon leggen we op de heenweg aan voor een bezoek aan de voormalige residentie van Amerika’s 1ste president George Washington.

Een van de meest bizarre gewoonten van de Amerikanen is de ‘doggy bag’. Waarom zou je in hedensnaam de overgebleven kliekjes van je diner buiten de deur mee naar huis nemen? Belachelijk vond ik dat altijd! Tot onze laatste avond op de Potomac. Bij een van de restaurants aan de waterkant met taxiservice van je boot naar de wal stoppen we voor een drankje en een hapje. Ik kies voor crabcake. Een ware delicatesse en nergens zo goed als op deze plek waar de krabben in grote hoeveelheden gevangen worden. Crabcake is niet alleen heel erg lekker maar ook ontzettend machtig waardoor ik op dat moment maar een van de twee cakes op mijn bord op kan. Zonde! En dus besluit ik voor het eerst van mijn leven die idiote Amerikaanse gewoonte over te nemen. De overgebleven crabcake gaat in een polystyreen bakje mee aan boord. De volgende dag smaakt hij zelfs nóg lekkerder.

Terug in Deltaville wordt Charlie II uit het water getakeld en sluiten we het vaarseizoen af met een schitterend vuurwerk ter ere van de Amerikaanse onafhankelijkheid.

Een gedachte over “Varen op de Potomac

  1. Je schrijft geweldig, Annemiek! Met die mooie foto’s ertussendoor is het hele verhaal een prachtige reportage. We duimen dat Irma heel ver weg blijft…
    Groetjes, Jacques&Heleen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

wp-puzzle.com logo