Securité, securité, securité,

“…this is Warship 115 …, towing operation in the vincinity of …degrees north and…. Request all vessels to maintain a three mile safety separation zone.” We zijn in oorlogsgebied beland.

Twee bakken kant-en-klare nasi, één pot rijst, een pot kipcurry, geschrapte worteltjes voor tussendoor. De zwemvesten liggen klaar. Deuren zijn vergrendeld. Nog een laatste zwemrondje om de boot in het heldere water van de Bahama’s. Dan kunnen we. Zelfs Chris zegt: ‘Gaan!’

Chris Parker, dé Amerikaanse weergoeroe, een begrip onder zeilers in het Caribisch gebied geeft dagelijks een algemeen weerbeeld via de korte golf radio en een gedetailleerd persoonlijk bericht met vaaradvies als je een abonnement hebt. Veel Amerikanen vertrouwen Chris blindelings. Bij een positief advies zagen we ze de afgelopen maanden massaal hun ankers ophalen en in colonne naar een volgende ankerplek varen.
Wij zijn iets minder goedgelovig en vergelijken Parker met Weather4D en de voorspelling die Thomas en Susanne uit Duitsland binnen krijgen. We leggen het Amerikaanse en Europese weermodel naast elkaar. Kijken naar berichten voor 3 dagen vooruit. Voor 4. Zelfs voor 5. Welke we ook bekijken, vandaag is D-day. De eerste dagen zal de motor geregeld aan moeten. Er is weinig wind. Er zullen misschien zelfs momenten met complete windstilte zijn. Maar alles beter dan de 30-40 knopen die de afgelopen weken regelmatig door ons vaargebied jakkerden.
Met voor vier dagen voorgeprepareerde maaltijden die we alleen maar hoeven op te piepen in de magnetron, de dagen erna zien we dan wel, vertrekken we recht naar het noorden waar de zomer op het punt staat te beginnen. Charlie II voorop, That’s Life in zijn kielzog.

Drie dagen lang beleven we de droom van menig zeiler op de motoruren na die we tot een minimum proberen te beperken door bij ieder windverandering de zeilen mee te veranderen. Afwisselend voeren we grootzeil, genua en de 130m2 grote lap die genaker heet, de zeilhoes opgetrokken tot een muts die fier op de top staat. We zeilen met ieder apart of met twee tegelijk, soms uitgeboomd op een bijna vlakke oceaan.

Overdag op blote voeten in korte broek en t-shirtje, ’s nachts in joggingbroek, vest en sokken. Tussen 22.00 en 08.00 uur om de beurt slapend en wakend. ’s Ochtends is een ietsiepietsie minder aangenaam als het teak in de kuip doortrokken is van het vocht en de kussens klam zijn.


We zijn ongeveer halverwege 300 kilometer uit de Amerikaanse kust ter hoogte van Charleston als tijdens mijn wacht in de vroege morgen van de vierde zeildag Thomas roept over de marifoon. ‘Heb je die wolken gezien? Wij hebben gereefd om snelheid te minderen. Wat doen jullie? Jullie gaan zó hard!’ Inmiddels zijn we in de Golfstroom terecht gekomen die we op onze route schuin doorsteken. Een brede baan die de contouren van de Amerikaanse kustlijn volgt waarin tot wel 4 knopen stroom staat altijd in noordelijke richting. Op het moment dat Thomas ons oproept wordt Charlie door de stroom een knoop of twee extra vooruitgetrokken. Ik heb het al enige tijd zien weerlichten maar dat is zeker 20-25 mijl voor ons uit en de wolken gaan net als wij met de wind mee maar dan sneller. ‘Ik voorzie niet echt problemen’, zeg ik tegen Thomas. Intussen is Rob wakker geworden en steekt zijn hoofd naar buiten. Samen laten we het grootzeil zakken tot de kleinste stand om Charlie’s snelheid aan die van de That’s Life aan te passen (de genua was al ingerold) niet wetende dat ook achter ons het weer verslechterd. Rob zoekt zijn bed weer op. Ik druk wat knoppen op de plotter in om de intensiteit en verplaatsing van het wolkendek op radar te visualiseren. Dan vallen plots de automatische piloot, de snelheidsmeter en de dieptemeter uit. Op mijn noodkreet is Rob in een paar seconden weer buiten. Hij neem het roer. Er moet nu met de hand gestuurd worden. Onderwijl wordt Charlie II meer en meer ingesloten door donkere wolken. We draaien om om op die manier het slechte weer te ontlopen maar het enige wat we bereiken is dat we de golven die ook toegenomen zijn tegen ons krijgen. Na zo’n 3 mijl geven we het op, draaien opnieuw 180 gr en vervolgen onze oorspronkelijke koers onder langdurig, oorverdovend geroffel van de donder, bliksemschichten die rondom ons in het water schieten en bakken water die over ons uitgestort worden, schietgebedjes afstekend dat de bliksem niet het hoogste punt op dit stukje zee uitzoekt, onze 21m hoge mast, om in in te slaan. Voor de zekerheid bergen we de laptop en één I-pad in de oven in de hoop dat ze overleven als er toch een inslag komt.

Drie uur later is de rust weergekeerd, heeft Rob de oorzaak van de uitvallende apparatuur, een slecht contact in de GPS-ontvanger, gevonden én gerepareerd terwijl ik mijn stuurmanskunsten verbeterde maar de aangename temperaturen zijn verdwenen. Na 3,5 werkeloze jaren komen de zeilpakken weer uit de kast. En wat nog vervelender is, onze medezeilers zijn verdwenen. Onzichtbaar op het water rondom ons, onzichtbaar op de plotter, geen reactie op radio-oproepen.
En het moeilijkste stuk van onze route moet nog komen en naderen we snel. Het ronden van Kaap Hatteras. Een beruchte plek waar golven en stroom elkaar tegenwerken. Een gebied waar veel onweer zich ontwikkeld. Onweer waar we liever niet nog een keer in terecht komen. We besluiten daarom eerst zo snel we kunnen de kaap te ronden en daarna zo langzaam mogelijk te varen in de hoop dat Thomas en Suzanne weer opduiken. Ondertussen blijven we uitkijken en roepen op de marifoon. Ongeruster naarmate de tijd verstrijkt zonder contact.
We passeren een mijlpaal. 15.000 mijlen verschijnen er op ons log. Maar de champagne zal moeten wachten. We zijn niet in de stemming. Sowieso is tijdens het varen alcohol taboe!

Om de hoek van de kaap heerst er ineens kalmte, rust! Een zacht briesje schuin van voren. Nauwelijks golven. Een oneindig lange kustlijn met duinen, strand, kleurrijke parasols en ontelbare hotels en vakantiehuizen waarboven een vliegtuigje langzaam een reclamebanner voortsleept. Een ‘Scheveningse’ pier maakt het beeld van de Nederlandse Noordzee kust compleet. Het verkeer op het water doet in eerste instantie ook Europees aan. Logge containerschepen komen voorbij in tegenovergestelde richting, een enkele zeilboot vaart ons tegemoet, ’s nacht verlichten schijnwerpers de baggerschuiten die de vaargeul moeten openhouden voor de grote scheepvaart. Zelfs de dolfijnen passen in het Europese kustbeeld.

Eenmaal ontwaren we een mast met witte flappen achter ons. ‘De That’s Life?’ We turen en turen door de verrekijker en roepen om de paar minuten in de marifoon zonder resultaat. We blijven twijfelen tot het zeiljacht duidelijk van koers verandert. ‘Nee, ze zijn het toch niet’.

Als de marifoon begint te kraken en een stem roept: ‘Securité,…..this is warship….’ , beseffen we pas weer dat we duizenden mijlen ver weg zijn. Dit is Amerikaans grondgebied.

De omgeving waar de eerste Engelse kolonisten in de 18 eeuw voet aan wal zetten. Maar vooral ook de regio waar een groot deel van de Amerikaanse oorlogsvloot is ondergebracht. Waar straaljagers hun verkenningsvluchten beginnen, hovercrafts op topsnelheid over het water scheren, en Charlie II aan de kant moet om een onderzeeër veilige doorgang te bieden. Als we de laatste bocht omgaan richting het centrum van Norfolk passeren we immense grijze vliegdekschepen.

Oude tijden herleven voor Rob

We worden opgeroepen door de ‘portmanager’ van de OCC een zeilersclub waar we lid van zijn. Als we willen mogen we gratis gebruik maken van hun steiger. Maar dat willen we niet. We hebben immers met Thomas en Susanne afgesproken op de ankerplaats een stukje verderop. Ze moeten ons wel kunnen vinden als ze aankomen. ‘Very kind, but no thanks, maybe next time.’ Een paar tellen later waar de kustlijn wijkt zodat er een kom is ontstaan, laten we het anker vallen. We zijn er én we zijn gezien. ‘Charlie II, CharlieII an That’s Life… Susanne en Thomas zijn terecht!

3 gedachten over “Securité, securité, securité,

  1. Oei, dat was even een benauwd stukje. Maar ook dat is weer goed afgelopen.
    En nu maar zorgen dat je de Amerikanen niet boos maakt, want met al die marine in de buurt maak je anders geen schijn van kans (;-).

    Hopelijk tot spoedig ziens,

    Adri en Joan

  2. Pfffff……..vreselijk!!! Dit is ECHT niets voor mij!! ZOOOOO stoer van jullie!!!!

    Hopelijk tot snel.
    Dikke kussssss Coby

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

wp-puzzle.com logo