10e etmaal

Vandaag, vrijdag 24 januari om 10.25 UTC hoeven we nog maar 325 mijl. Onze klok hebben we al 3 uur vroeger gezet om meer in de pas te lopen met de tijd in Suriname. Hierdoor voelen we ons twee dagen gammel want ook ons wachtritme en onze eet- en slaaptijden zijn hierdoor veranderd maar het maakt de aankomst op onze nieuwe bestemming makkelijker. Nu het zo dichtbij komt, zouden we er het liefst al willen zijn. We kijken steeds vaker op de plotter om te zien hoever we alweer opgeschoven zijn. Twee momenten zien we een schip op het scherm. Tankers van meer dan 1000ft die op te grote afstand passeren om ze daadwerkelijke te kunnen zien. Ook de snelheidsmeter houden we met argusogen in de gaten. De vaart zit er vandaag goed in. We lopen minimimaal 7 knopen en veel momenten zelfs 8,5 kn. door een meelopende stroom van 1-1,5 knoop en een squall die net niet helemaal over ons heen trekt maar ons wel schampt. (Een squall is een heftige regenbui die gepaard gaat met veel wind. Je ziet ze al van ver aankomen en gaan zo hard dat ze in een paar minuten voorbij zijn.) De regen die we over ons heen kregen viel mee. Het mocht ook wel een keer zeker na een ochtend waarbij we gewekt zijn door een stralende zon. Ons dek is een stuk schoner geworden door de bui. Geen overbodige luxe. De afgelopen dagen werd de laag op dek vastgeplakte visschubben, achtergelaten door vliegende vissen, steeds dikker. Rob heeft zich vanmiddag verdiept in het tij van de Suriname rivier. We kunnen alleen ’s morgensvroeg en ’s avondslaat direct na de laagste waterstand de rivier op varen omdat dan de stroom het binnenland inloopt. De stroom is zo sterk dat we er niet tegen in willen motoren. Daarom hebben we besloten om net voor de rivier te ankeren en daar te wachten op het goede tij. Maar eerst nog 252 mijl zeilen!

aankomst schuift op

Rekenen we er op dat we de 26ste aankomen omdat het navigatiesysteem dit al dagen aangeeft, gaat ineens de wind bijna liggen. Ipv 7 mijl per uur geeft de snelheidsmeter er nog maar 4 aan. Vier dagen varen worden er ineens 7! Gelukkig blijkt de wind-dip maar een miniscuul kleintje. Al een paar uur later is de geplande aankomstdatum wederom 26 januari, twee dagen eerder dan waar we in eerste instantie op gerekend hadden. Aan wat signalen om ons heen wordt duidelijk dat we dichter in de buurt van de mensenwereld komen. Na honderden mijlen varen over smetteloos water dreven er dinsdagnacht vlak na elkaar een onbestemd geel voorwerp voorbij gevolgd door een plastic flesje l’eau mineral. Even later verschijnt op de plotter een driehoekje. Het teken van een ander schip! Op 21 mijl afstand vaart een voor het oog onzichtbaar vrachtschip achter ons langs met bestemming India. Het geeft een prettig gevoel te weten dat er mensen in de buurt zijn, al is het maar voor even. Gistermiddag kwam er een lila kinderslofje voorbij. Althans zo zag het er volgens mij uit. Rob beweerde dat het een Portugees oorlogsschip is. Een kwallensoort. Omdat ik niet helemaal overtuigd ben ga ik googelen zodra we weer internet hebben. Het weer is heel geleidelijk een beetje veranderd. De wind fluctueert iets meer evenals de bewolking waar recent zelfs wat spetters uitvielen. De golfhoogte is nog steeds zo’n 2,5 tot 3 meter. De temperatuur is inmiddels Carieb waardig. De thermometer binnen geeft op dit moment 30 gr. aan. Heerlijk warm dus. Vandaag hebben we de bimini opgezet omdat we anders het teak moeten nathouden om onze voetzolen niet te verbranden.

vijf dagen oceaan

Vijf dagen hobbelen we alweer op de golven van de oceaan. Omhoog, omlaag, links om dan rechts om. Ons bootje wordt alle kanten opgeduwd maar altijd met een flinke voorwaartse gang waardoor we al 750 mijl hebben afgelegd. Nog maar 1150 te gaan. Nadat we eergisteravond voor het laatst marifooncontact hebben gehad met Markus (hij is inmiddels buiten ons bereik)zijn we alleen met de wind, de lucht en het water. Met golven in een kleurenspectrum van lichtgrijs naar gitzwart met af en toe een lichtgevend groen vlak, met en zonder schuimkoppen, soms zo hoog dat ze bijna boven de bimini (zonneluifel) uitkomen. Golven die vliegende vissen uitspuwen waarna ze met een harde klap op dek belanden. Water waarin nog heel veel huist wat we niet kunnen zien maar volgens onze dieptemeter vlak onder de kiel doorgaat. Na tandafdrukken in een kunsstof aasvis gezien te hebben, willen we ook liever niet weten wat er onder het oppervlak schuil gaat. Ook het wolkendek biedt vaak een boeiend schouwspel. Zo is de lucht een witte watten deken dan weer is de hemel strakblauw en brand de zon op onze bol. In zeilersjargon zet je koers naar het zuiden tot ‘de boter smelt’. Dan draai je naar het westen. Nou, die smelt inmiddels wel. Afgelopen nacht was het voor het eerst zelfs te warm voor een jas. Overdag vermaken we ons met dezelfde dingen als thuis. Beetje lezen, beetje schrijven, spelletjes doen op de i-pad, huishoudelijke en technische klusjes zoals koken, olie bijvullen in de generator en een losgeraakte kraanlijn ontwarren en weer zekeren en natuurlijk de zeilen en koers in de gaten houden en weerbericht binnenhalen. Dit lijkt misschien heel relaxed. Doch schijn bedriegt! Bij alles wat we doen moeten we onszelf schrap zetten. Willen we iets te drinken inschenken, moeten we het glas of de beker in de gootsteen zetten anders kan het zomaar gebeuren dat je in het luchtledige schenkt omdat je glas ineens aan de andere kant van het aanrecht staat. Moet je naar de toilet, heb je net je broek naar beneden en wil je gaan zitten, maakt de boot een zwieper, valt de deksel op de pot en plof jij met je blote billen op het harde plastic. Daarbij is er het nooit stilvallende, soms oorverdovende geluid van aanstormende golven, van het piepen, kraken, kreunen en bonken van het houtwerk binnen,van boeken die bewegen, glazen die rammelen,deuren die dichtklappen, enzovoort. Hoezo relaxed?

1ste etmaal

135 mijl dichter bij Suriname, golven 2,5mtr. gem. snelheid 5,6 knopen. Na een korte schermutseling tussen het anker van een 60voeter en onze railing zijn we weg. Op naar de brandstofpomp. Iets meer dan 300 ltr. heeft Charlie II verbruikt tussen Las Palmas en Mindelo. Terwijl de meter loopt herstelt Markus snel de schade. Dan zijn we echt op pad! SY Devine en Hei Matau (van Markus) volgen snel. De Devine is al snel onzichtbaar. Markus en Sabine blijven op zichtkoers tot de nacht invalt. Ondanks volle maan , waardoor het niet helemaal donker wordt, is de afstand te groot om elkaar te kunnen zien. We houden contact (ook de volgende dag) via de marifoon. De eerste ochtend vult Rob met een technische klusje. Hij rommelt met de instellingen van de auto-pilot omdat deze weer geregeld uitvalt. Met wat tips, plus de handleiding erbij, krijgen we weer een betrouwbaarder apparaat. Vandaag hebben we ook twee keer beet gehad, echter zonder resultaat. De vissen waren zo goot dat ze er beide keren met hele volledige tuig vandoor gingen.