Terugkeer naar Tahiti

Het lucht- en spoorvervoer in Nederland is in rep en roer. Treinen worden bij voorbaat geschrapt. Een dag voor vertrek wordt er net als bij aankomst ruim twee maanden geleden sneeuw verwacht. En terwijl op veel plaatsen in de wereld treinen gewoon blijven rijden terwijl er meters sneeuw valt, raken de spoorwegen in Nederland in paniek, zelfs bij een verwachte 5 centimeter. De eerste etappe van onze terugvlucht staat gepland voor 15.00 uur waardoor we uiterlijk 13.00 uur op Schiphol moeten zijn. Uurtje treinen, kwartiertje om op het station te komen. De rekensom is snel gemaakt. We besluiten rond 11.00 uur te vertrekken zodat we zowel op station Breda en de luchthaven extra speling hebben. Dat was vóór de paniek. Naarmate de dag vordert nemen de geluiden over sneeuwval en onze onzekerheid toe. We willen op zeker gaan en halen het vertrek- moment een uur naar voren. 

‘Wat zijn eigenlijk de consequenties van niet op tijd naar Parijs kunnen vliegen?’, vragen we ons daarna af. De etappe Parijs-Tahiti wordt verzorgd door Air France de vlucht tot Parijs door KLM ofwel alles bij dezelfde maatschappij KLM-Air France. ‘Of toch niet?’ Nadere bestudering leert ons dat als we de vlucht in Parijs niet halen we nieuwe tickets moeten kopen. Niks niet één maatschappij die het wel even voor ons regelt. In naam is het één bedrijf, in de uitvoering doen ze net of ze elkaar niet kennen. We hebben twee afzonderlijke tickets dus moeten we gewoon een nieuw kopen als we niet op tijd zijn. Een snelle google sessie levert een prijs op van € 8.000. ‘Nee, niet samen, per persoon!’ Bij het zien van deze prijs beseffen we dat we de vlucht in Parijs kost wat kost moeten halen. ‘Nu meteen vertrekken dan maar en rechtstreeks naar Parijs gaan met de trein? Kost wat extra maar bij lange na geen duizenden euro’s. We vergelijken reis- en vertrektijden, opstapplaatsen, reisduur. Het lijkt zo eenvoudig, direct naar Parijs, maar de werkelijkheid ligt anders. Uiteindelijk blijkt de beste optie zo vroeg mogelijk naar Amsterdam gaan en dan maar zien. Fingers crossed. 

Goed nieuws buiten ziet alles er hetzelfde uit als gisteren! Geen vlokje sneeuw te bekennen. Volgens weeronline gaan er 100% zeker witte vlokken vallen en precies in de twee laatste uren voor onze vlucht. Dat wordt spannend. Vooralsnog loopt de trein van 09.15 gesmeerd over schone rails en staan we na een rit van 53 minuten precies in de vertrekhal waar we ons direct naar de service balie van de KLM begeven. Top zijn die meiden daar! Geen moeite is teveel. Vanuit de gedachte ‘weg is weg nu kan het nog’ worden onze twee losse boekingen samengesmolten tot één, onze ‘odd’ bagage, twee nieuwe zonnepanelen, doorgelabeld én we worden op een vlucht vóór de verwachte sneeuwval gezet in stoelen met extra beenruimte. En kosten? Een papiertje met het website adres van Charlie II want ze willen onze avonturen graag lezen. Geen probleem natuurlijk.

Bij het afgeven van ons enige ruimbagagestuk bij de reguliere incheckbalie breekt het zweet nog wel even uit als de baliemedewerkster een meetlint tevoorschijn trekt. Het wordt met de nodige preciezie langs alle randen van de doos gelegd. ‘Oké’, horen we. Zegt ze echt: ‘ oké? Pff.. daar komen we goed mee weg.’ Ze heeft of een goede bui of haar meetlint is wat uitgerekt, wij weten namelijk dat de vier zijden samen van de kartonnen verpakking 2 cm boven de limiet is. Voor ze zich kan bedenken maken wij ons uit de voeten, geven de voor ons zo belangrijke lading af bij het daarvoor bestemde magazijn en spoeden ons naar de gate. Vlak voor we instappen en de eerste sneeuwvlokken neerdwarrelen, horen we dat onze oorspronkelijke vlucht geschrapt is!

Echt opgelucht ademhalen kunnen we echter pas wanneer de vleugels van ijs bevrijd zijn en de landingswielen van de grond komen. We zijn onderweg!  En het allerbelangrijkste: we komen op tijd in Parijs, niets wat dat nu nog tegenhoudt! 

Zeeën van tijd is er op Charles de Gaulle om rond te slenteren langs de winkeltjes, een Frans t-shirt te scoren en te lunchen. Op tijd bij de gate mogen we als eerste het toestel betreden als bedankje dat we onze handbagagekoffertjes in het ruim laten stoppen. Gewapend met enkel een klein rugzakje met ons vermaak voor onderweg installeren we ons op de achterste rij waar alle vier stoelen voor ons zijn. Ruimte genoeg om afwisselend te puzzelen, lezen, een filmpje te kijken en te pitten. Redelijk uitgerust arriveren we in Los Angeles. 

Omdat we achterin zitten, zijn we als een van de laatsten het vliegtuig uit. Het lijkt rustig op de luchthaven op dit tijdstip. Dan ineens is er een oploop voor ons en voor we er erg in hebben, worden we opgeslokt in een mensenmassa die trager dan traag voortschuifelt langs een met verplaatsbare linten gecreëerd labyrint. Vanaf de zijlijn worden aanwijzingen geroepen door slechts een handjevol beambten van Homeland Security die onmogelijk iedereen in de voortdurend groeiende groep mensen in de gaten kan houden. De president ‘van en voor‘ het Amerikaanse volk Donald Trump heeft de nieuwe staatsbegroting (nog) niet goedgekeurd waardoor de medewerkers van het staatsveiligheidsbedrijf voor onbepaalde tijd geen salaris meer krijgen. Geen wonder dus dat het personeel op de luchthaven ver onderbezet is. Maar controles tijdelijk versoepelen? Ho maar. Zuchtend schuifelen we verder. 

…Tahiti…’ Dat is het enige dat we verstaan van het bericht dat uit de luidsprekers knalt. Tegen beter weten in spreek ik iemand van de luchthaven aan in de hoop de lange rij te kunnen ontlopen. ‘Ik ga door naar Tahiti kan ik dan doorlopen?’ Natuurlijk niet hoe kan ik zo dom zijn te denken dat ik de controles kan ontlopen? In Amerika?! Een paranoïer volk bestaat er niet. En dus laten we onze vingers scannen en ons gezicht fotograferen bij een ‘do-it-yourself’ apparaat. Laten we nog een tweede keer onze paspoorten controleren en vingerafdrukken checken en lachen we weer vriendelijk in de camera van een van de weinige douanemannen die nog wel werkt en erop vertrouwd dat het met die financiën wel goed komt. Intussen is onze vlucht vertraagd. Maar geen nood er wordt niet vertrokken vóór iedereen met bestemming Papeete aan boord is. 

Nog even schoenen uit, electronische apparatuur in een bak, vestje uit en in een volgende bak….en dan gebeurt het. Dat kleine rugzakje met spulletjes voor vermaak… daar zit iets gevaarlijks in. Omzichtig wordt er een wit busje uitgehaald met een onleesbaar opschrift en zwart kruis in een rood vierkantje. De negerin schudt een keer met het busje dat deze reis al twee keer eerder zonder extra vragen of problemen door de scan is gegaan. Dan probeert ze met al groter wordende ogen van verbazing de tekst te ontcijferen. ‘What’s this?!’ ‘That’s Dutch’, verklaart Rob. It’s desinfection powder for the watermaker. We live on a boat! Ze kijkt ons aan, schudt haar hoofd en zegt dan met een smile: ‘you seem nice people I believe you’. We mogen door. Op dezelfde plek als we uitgestapt zijn, staat hetzelfde vliegtuig met al onze ruimbagage er nog in en ploffen we neer in dezelfde stoelen voor de laatste etappe.

De kleine luchthaven in Papeete oogt super relaxed. De controle is een fluitje van een cent. De bagage hebben we snel compleet. In de hal naar buiten spelen mannen in Hawaï bloesjes een welkomstnummer op de ukelele. 32 uur na vertrek uit besneeuwd Nederland lopen we naar buiten de felle zon in bij een temperatuur van ca. 32 gr. Welkom terug op Tahiti! IA ORANA

Society eilanden

Voor het eerst in 5 jaar zijn we in Nederland tijdens de feestdagen en kunnen we terugkijken op een mooi jaar waarin we ongelooflijk veel mijlen afgelegd hebben. Helaas worden we op de eerste Pacific eilanden ook geconfronteerd met slecht internet en een writersblock van Annemieke. Het lijkt zo onnozel om iedere keer weer te schrijven dat we het zo goed hebben en dat het weer zo mooi is. Laat staan om er dan iedere keer weer plaatjes bij te doen van prachtige stranden e.d.

Echter, het is niet anders! Om jullie niet te veel te vervuilen met onze dagelijkse beslommeringen hebben we een kort filmpje gemaakt van ons bezoek aan Tahiti, Moorea, Bora Bora en Tahaa (net boven Raiatea). We hopen dat jullie het mooi vinden.

Zes weken Markiezen 3

Het is wel duidelijk dat wij voor het updaten van onze blog ook niet op Tahiti en Moorea moeten zijn (sinds begin juli hoppen we heen en weer tussen deze Society eilanden) want het is al weken geleden dat ik schreef versneld onze belevenissen op de site van Charlie II te zullen zetten. We blijven het proberen. Omdat de internetverbindingen hier zo slecht zijn deze keer helaas zonder foto’s. Die komen in een later stadium.

Zes weken Markiezen (vervolg)

Voor we het volgende Markiezen eiland op onze route aandoen, maken we een tussenstop aan de westkant van Hiva Oa. Onder toeziend oog van Maria die vanuit een hooggelegen nis in de rotswand op ons neerkijkt, varen we de lege ankerplaats binnen en gaan zo dicht mogelijk tegen het strand liggen. Opgeschoten struikgewas en een ocrastellage blokkeren het verdere uitzicht. Nieuwsgierig naar wat daar achter is, zoeken Jos en ik de volgende morgen onze weg over het zwarte zand tussen de vele krabbennesten vol leven. Als we opkijken komt een jonge vrouw op ons toegelopen, een Française. Ze is opstapster op de enige andere zeilboot in de baai. Wij hebben kennis gemaakt in Panama. ‘Het is hier mooi!, vooral dáár’, zegt ze terwijl ze naar achteren wijst, ‘daar is echt het paradijs’. We lopen de aangewezen kant uit en tot onze verbazing zien we een kleine bron onder aan een rotswand met glashelder water, omgeven door een sappig groen grasveld en struiken vol prachtige bloemen. Het is een natuurlijke zoetwaterbron die gevoed wordt met water uit het gebergte, de bodem is bedekt met grote keien. In het water huizen garnalen en kleine schelpdiertjes. Drie collega opstappers baden er en wassen er hun kleren.
Een pad voert ons van de bron langs het huis van de enige permanente bewoners temidden van boomgaarden vol sappige mango’s, papaja’s, limoenen en broodfruit en een sappig groen weiland. De vrouw nodigt ons vriendelijk lachend uit om bij haar te komen zitten op planken die als banken dienstdoen onder een houten overkapping. Haar man voegt zich een paar tellen later bij ons en begint de betekenis van zijn uitgebreide lichaamsversiering uit te leggen.
Dit is een schildpad, dat een hagedis en dat…Regelmatig valt daarbij het woord Tiki. De Polynesische tiki’s, goden en beschermheiligen, zijn overal op de eilanden te vinden prominent op een bergtop of al eeuwenlang diep verscholen in het regenwoud, in souvenirwinkels en op armen, benen, ruggen en schouders als onderdeel van de abstracte tatoeages waarmee vrijwel iedere bewoner versierd is.
Enthousiast geworden door onze belangstelling, troont de Polynesier ons mee naar zijn openlucht werkplaatsje. Hij is houtbewerker en een regelrechte kunstenaar. Uit de losse pols snijdt hij de prachtigste Tiki-beelden uit ruwe boomstammen die verkocht worden aan toeristen. Hij heeft net weer een partij weggebracht. Jammer, ik had er graag eentje willen bezitten. Erna is het huis aan de beurt. Drie achter elkaar gelegen even grote, sober ingerichte vierkante ruimtes: een primitieve keuken -koken gebeurt buiten boven een houtvuur-, zitkamer en slaapkamer. De zitkamer is volledig gevuld met het pronkstuk van zijn arbeid, een houten schaaktafel met fraai bewerkte poten. Ook hierin zien we afbeeldingen uit de natuur terug.

Een nóg vruchtbaarder, groene vallei vinden we op Nuku Hiva. In Daniels Bay is slechts een pad dat landinwaarts voert en uitmond in, jawel, een vallei die uitmond in het water van deze zelfde baai. Vanaf het strand klauteren we over rotsblokken die bij vloed onder water komen te staan. Tientallen meters verder voert het smalle pad omhoog. Salamanders schieten voor onze voeten weg, heremietkreeften kruipen schielijk terug in hun geleende behuizing. Op het hoogst gelegen punt hangen de struiken vol bloemen die de Polynesische vrouwen in hun haar dragen. We dalen af en waden door een rivier waarbij het water tot boven onze knieën komt. Weer op het droge staat op een paar meter afstand op een sappig groen wandelpad tussen hoog boven ons uit stekende bananenplanten een gespierde Polynesische man in bodybuilders houding slechts gekleed in een halflange broek, zijn bovenlichaam bedekt met tatoeages. Hij roept en wenkt. Door een ware oase volgen we hem naar zijn huis waar we kennismaken met zijn vrouw Kua. De vruchtbare vallei is al generaties het bezit van haar familie en behalve Kua en haar man wonen er nog tien familieleden.
Ingesloten tussen donkere, grimmige rotswanden en het water van de Stille Oceaan, enkel per vaartuig bereikbaar, is het dagelijks leven een mengeling van eenvoud zoals uit de tijd van de jagers en verzamelaars uit de geschiedenisboeken en luxe door gebruik van hedendaagse techniek. Aan de overkapping van het huis hangen machetes voor het werk in de moestuin en fruitboomgaard, in het aangrenzende water wordt vis gevangen, de jacht op wilde geiten en varkens die in de omgeving rondscharrelen zorgen voor vlees bij de maaltijd. Maar pekelen en inmaken is niet meer nodig. Een diepvriezer aangedreven door energie van zonnepanelen maakt deze ouderwetse technieken om voedsel lang houdbaar te maken overbodig. De vers fruitsapjes die we er blijven drinken worden gemaakt met hulp van een electrische blender. Tijdens onze rondwandeling ontdekken we zelfs een auto. Met heel veel hulp is deze vanaf een boot de vallei ingebracht om slechts dienst te doen als sterke arm wanneer de paardenkrachten van mens en dier niet toereikend zijn.
De stilte zonder de geluiden van een stadse omgeving is rustgevend, de seizoenen bepalen het dagritme waarbij de tijd soms zelfs stil lijkt te staan. Maakt dit deze adembenemend mooie plek tot hét ‘Paradijs’? Heel eerlijk, wij zouden er niet willen wonen. Geef ons maar een meer bewoonde omgeving met winkels en terrasjes die met vervoer over land bereikbaar zijn. Je zult maar voor ieder wissewasje door de onstuimig kolkende watermassa heen moeten die ons ten deel viel toen we Daniels Bay uitvoeren richting het eiland Ua Pou, ons niet gezien.

Zes weken Markiezen 2

Eilandleven

28, partner en moeder.  Jongeman, 28 jr.  2 dagen.  49. Een foto van een lachende vrouw in de bloei van haar leven met een vol rond gezicht, bolle wangen, diepliggende ogen in een te dik gezicht. Was de veel voorkomende obesitas de oorzaak of het achter de voordeur goed verborgen huiselijk geweld? De oorzaak van hun overlijden kennen we niet maar stuk voor stuk zijn ze te jong gestorven de eilandbewoners van Fatu Hiva die hier begraven liggen. Slenterend langs de rechthoekige blokken betegeld met glanzende witte tegels met een vleugje grijs als in de toiletten van een nieuwbouw-project dringt de keerzijde van het eilandleven zich aan ons op. 

Grenada heeft niet de benodigde apparatuur om hartproblemen te behandelen, in Cuba zijn veel kwalen niet te genezen bij gebrek aan medicijnen, reuzen van eilanden met tienduizenden inwoners, modern vervoer en communicatie waar de gezondheidszorg al beduidend minder is dan in welvarend west Europa. Wat als je iets mankeert op eilanden waar helemaal niets is zoals Fatu Hiva een Markiezen eiland op een van de meest afgelegen gebieden in de Stille Oceaan? Er is géén airstrip, géén internet, we zien er zelfs geen enkele mobiele telefoon. De enige twee dorpen liggen ca. 5 uur lopen van elkaar gescheiden door een 1000 m hoge bergrug. Charlie II kan maar met moeite gedurende het daglicht de afstand naar het dichtstbij gelegen eiland overbruggen. Een snelle boot kan hier het verschil maken tussen leven en dood. 

Hoe hulp georganiseerd is maken we van zeer nabij mee als er een acuut medisch probleem rijst op een bevriende boot. We liggen in de baai Hanamoenoa op Tahuata die alleen per boot bereikbaar is op 2,5 uur zeilen van de dichtstbijzijnde medische post. Maar als je een bult ter grootte van een ei voelt op een plek waar die niet hoort die ook nog eens snel groter wordt en niet meer zonder pijn kunt zitten en lopen, is zelfs zo’n klein stukje zeilen op vlak water al geen optie en juist deze passage is een ruige met korte hoge golven, harde windstoten en veel kruisen. 

Rob gaat daarom aan land op zoek naar hulp. Het hutje verscholen tussen de palmbomen achter het strand is verlaten. Steven, de enige bewoner van de baai, blijkt niet thuis maar via onze lokale telefoonkaart lukt het contact te krijgen met de bewoonde wereld. Er zullen hulptroepen worden opgetrommeld om de patiënt bij de medische post te krijgen op het nabij gelegen eiland. Dan is het wachten geblazen. Anderhalf uur later verschijnt een rescueboot met drie man aan boord, allen vrijwilligers die hun zondagse activiteiten onderbroken hebben. Een ervan, de verpleger, blijft aan boord bij onze buren. De reddingsboot met de andere twee mannen gaat stand-by liggen op een strategische plek net buiten de baai waar communicatie met de thuisbasis beter is. Na enige tijd zien we de vrienden met bepakte rugzakken in de teruggekeerde reddingboot stappen en verdwijnen. 

Pas uren later, het is al donker, klimmen ze opgelucht weer aan boord. Ze hoefden gelukkig niet met een klein vliegtuig helemaal naar het ziekenhuis in Tahiti 1400 km verderop. Ze hoefden zelfs niet in Atuona te overnachten. In de medische post hebben ze een pijnlijke behandeling uitgevoerd die volstaat. Medicijnen moeten voor verdere genezing zorgen. Via de tam-tam is een bewoner van Hiva Oa op de late zondagmiddag nog bereid gevonden zijn motorboot achter de auto te haken, naar Atuona te rijden, daar de boot te water te laten om het stel nog dezelfde dag terug te brengen naar hun drijvende huis. 

‘Vis nodig?’ In de smalle doorvaart tussen Tahuata en Hiva Oa zijn ze nog te vinden de grote tonijnen en ze bijten graag. Met pijn en moeite halen we ‘onze’ beet binnen nadat een eerdere er met onderlijn en aasvis vandoor ging. De 95cm verse tonijn is goed voor een week lang dagelijks een ruime portie zelfs nadat we twee porties weggegeven hebben. 

We zijn terug in Atuona bekend geworden door de voorliefde voor deze plaats van de Franse schilder Paul Gaugain en de Belgische zanger/acteur Jack Brel. De bewoners, een mengeling van Polynesiers en geïmmigreerde en tijdelijk hier naartoe uitgezonden Fransen, zorgen voor een gemoedelijke sfeer. Het dorp is net als de rest van het eiland brandschoon. Een verademing ten opzichte van de (ei)landen in het Caribisch gebied waar de straatkanten uitpuilen van het afval. 

Net als bij het vorige bezoek hoeven we geen uur heuvel op te lopen naar het centrum maar krijgen we net buiten de haven een lift. Het is nog vroeg deze vrijdag. Er is nog volop keus in verse groenten uit de plaatselijke moestuinen die door straatventers in het compacte centrum worden aangeboden. De automaat in de muur van de bank spuugt de gevraagde Polynesische francs uit. Voor de ingang van het kanariegele postkantoor ligt een kleurrijke mat waarop enkele slippers prijken. Om de tegelvloer binnen schoon te houden trekken sommige eilandbewoners hun schoeisel uit en gaan blootsvoets naar binnen. Met de onze nog aan stappen we naar binnen.  Het is er druk. We zien veel bekenden. De bevolking is zo klein dat je al snel dezelfde gezichten tegenkomt. Een half uur later steken we de straat over naar de enig plek met redelijk internet plus lekkere espresso. Het lukt, met tussenpozen waarin het internet er de brui aan geeft, de meest belangrijke zaken af te handelen waarna we terug aan boord gaan en ons  opmaken voor de dagtocht naar het derde bewoonde eiland.

De Bay of Virgins op Fatu Hiva is werkelijk adembenemend! Tussen ruige donkere honderden meters hoge rotswanden varen we met een slakkengangetje de diepe baai in die doet denken aan de fjorden in Noorwegen. 15 jaar geleden waren de bezoekende boten hier op een hand te tellen nu ligt het smalle water bijna vol. Veel van de zeilboten herkennen we vanuit Panama. Ze liggen aan weerskanten van de baai waar de diepte beperkt is. Dicht tegen de linker rotswand vinden we met enige moeite nog een plaatsje voor Charlie II.  

Wanneer we vanaf de aanlegkade achter de met rotsblokken opgeworpen breakwater de hoofdstraat volgen met aan weerskanten slechts één zijstraat zien we bomen vol pompelmoezen, bananen, limoenen en sinaasappels. De vrouwen die ons onderweg aanspreken willen graag wat fruit ruilen tegen oorbellen, slippers of parfum maar het allerliefst willen ze rum. ‘Rum? Nee, die hebben we niet in de rugzak. En dan nog zouden we die nooit geven nadat we van een sociaal werker hoorden dat drankgebruik mede oorzaak is van de vele huiselijke problemen op de Markiezen.

‘Vous allez a la cascade?’ ‘Oui’, we zijn inderdaad onderweg naar de waterval en hebben niets anders bij ons dan een flesje water. Misschien kunnen we morgen iets meebrengen als we weer aan land gaan? Peut-être. We krijgen toch ieder twee pompelmoezen en vervolgen onze weg. Aan boord toch maar weer podcasts luisteren, mijn Frans is nog steeds te gebrekkig voor een uitgebreide conversatie. 

De gepleisterde vrijstaande huizen staan verscholen tussen het meters hoge groen van de fruitbomen en struiken met kelkvormige bloemen in felle kleuren die de vrouwen in hun haar dragen. Bij een bocht in de weg slaan we een onverhard pad in dat naar de waterval voert. Om de paar meter staan we stil voor een prachtige bloem, een bijzondere vogel en het magnifieke uitzicht op het grillige gebergte.

De dag erop is er geen interesse meer voor ons. Het is bevoorradingsdag. Dezelfde boot die spullen brengt van Tahiti naar Hiva Oa doet ook alle andere Markiezeneilanden aan in rondes van twee tot drie weken. Al vroeg zitten zowel de mannen als vrouwen in kleine groepjes bij elkaar bij het haventje. Zakken ocra (gedroogd cocos vruchtvlees) staan klaar om geladen te worden om elders verwerkt te worden tot cocosolie. Kinderen spelen op het veldje vlakbij of hangen aan moeders rokken. Dat ze uren te vroeg zijn, maakt niets uit. Het leven is relaxed op Fatu Hiva. Er is vandaag net als alle andere dagen niet veel te doen.

 

 

Zes weken Markiezen (1)

Terwijl we onderweg zijn naar Tihati op een spiegelende zee in volkomen windstilte blikken we terug op zes weken verblijf op de Markiezen eilanden. Veel zeilers, zelfs niet-Amerikanen (de gemiddelde Amerikaan is ongenuanceerd positief over alles is onze ervaring), spreken lyrisch over de Markiezen. Een van de gidsen aan boord heeft zelfs als titel ‘Landfalls in Paradise’. Is er dan geen stukje land op aarde zo mooi als deze eilanden? Of is de maand die de doorsnee zeiler op zee moet doorbrengen om er te komen debet aan dit paradijselijke gevoel?

Wat we er in ieder geval gemist hebben is het anno 2018 belangrijke internet waardoor communicatie met de buitenwacht vaak onmogelijk was. Op de twee plaatsen waar we wel af en toe internet hadden, was de verbinding te traag om de website te kunnen bijwerken. Zodra we op Tahiti aan land zijn zullen we in versneld tempo stukjes en foto’s plaatsen waarna je misschien zelf kunt beoordelen of jij de Markiezen het Paradijs op aarde vind.