Vakantie in Carriacou, Grenada, West-Indies

Onze vakantie in Carriacou begon met een geweldige zeiltocht langs de westkust van Grenada. Sinds lange tijd voeren we aan de wind met volledige, volle, strak gebolde genua en grootzeil. De eigenaar van de catamaran die gelijk met Charlie II opvoer moet wel jaloers geweest zijn. Terwijl zijn partner beneden zat, stuurde hij alleen op drie hoog zijn boot op de motor omdat een catamaran slecht zeilt in aan de windse koersen. Daarbij liters brandstof verstokend, niet harder vooruitkomend dan wij met uitzicht op onze kuip waar wij heerlijk relaxed samen van een kopje koffie genoten.

In Tyrrel Bay droppen we het anker in een witte zandplek op 4 m diep helder water tussen een overwegend met kort gras begroeide bodem vol kleine levende beestjes. Miniatuur visjes, een lichtgekleurde slang met roodbruine cirkels op zijn langgerekte lijf, een pijlstaart roggetje.. Er is van alles te zien als je je hoofd onder water steekt. De eerste vijf dagen doen we dan ook niets anders dan dat en een beetje rommelen aan boord.

Een van die dagen is het begonnen. Na het invallen van de duisternis. Een indringend geluid. Avond aan avond opnieuw horen we getsjirp dat we herkennen van plekken met veel bomen en struiken. Tijdens onze zoektocht naar de locatie van dit niet alledaagse bootgeluid lijkt het zich steeds te verplaatsen. Nu eens is het te horen aan bakboord, dan bij een van de stuurwielen, dan meer naar voren maar als we een stap in die richting zetten lijkt het ineens weer van achter te komen. Met mijn oor bijna op de grond speur ik de kuip af. En dan ineens is het duidelijk. Het lijnenluik is het nieuwe thuis geworden van een krekel. Zien doen we hem, of is het ‘haar’, niet. Horen des te meer. Met grote regelmaat kloppen we op het deksel om hem voor even te laten stoppen. Totdat op een dag kloppen ineens niet meer nodig is. Het blijft stil. Ook de daaropvolgende dagen is er geen getsjirp meer te horen. Zo plotseling als het begon, zo plotseling is het weer gestopt.

De baai is intussen met de dag voller gelopen met boten die aan de jaarlijkse zeilwedstrijden meedoen. In de aanloop naar dit feestelijke 3-daags evenement gaan we met een grote kom pastasalade naar de zeilers potluck (een gezamenlijke maaltijd waarbij iedereen een gerecht meebrengt om te delen) met loterij. Met een rits loten waarmee we bijdragen aan nieuwe schooluniformen dingen we mee naar de hoofdprijs. Maar ipv de overheerlijke fles wijn valt ons een afzichtelijk plastic schaaltje ten deel met de afbeelding van de kerstman die we achterlaten op tafel waar het al snel als afvalbakje dienstdoet. Nee , dan de veiling voor hetzelfde goede doel. Die zorgt voor een win-win situatie voor zelfs drie partijen! De broodbakmachine waarin Rob’s baksels met de regelmaat van de klok instortten hebben we ter beschikking gesteld en wordt verkocht! Hij staat nu niet meer werkloos weg te roesten aan boord, iemand anders is er blij mee én er is extra geld voor de school. En brood? Dat kneedt Rob voortaan met de hand, schuift het in de oven en komt er 20 min later uit: bruin, knapperig en heerlijk!

De wedstrijd dagen ‘limen’ (Grenadees) we of ‘hang out’ (Amerikaans) in hoofdstad Hillsborough. Met een drankje in de hand hangen we rond op het strand, de pier en slenteren door de hoofdstraat. De laatste dag: ‘Emancipation Day’,een nationale feestdag, zijn de eilandbewoners massaal samengestroomd in hun zondagse kleding. Er is oorverdovende muziek uit clusters boxen die buiten her en der staan opgesteld. Mensen dansen midden op straat. Wij kopen Grenadese fish & chips met tomatenketchup aan een van de vele kraampjes. Op de pier joelen we net zo hard mee met de andere omstanders als jonge mannen meters boven het oppervlak vanaf de pier, zonder succes, een glibberige paal proberen te bedwingen en in het water storten. Het is een mooie afsluiting van de vakantie. Na nog een dag nietsdoen zeilen we in wederom super condities terug langs de oostkant van Grenada met eindpunt Clarkes Court Bay en het dorpje Woburn.

(wellicht is enkelen van jullie opgevallen dat de foto’s er gedraaid instonden. Het is absoluut onduidelijk waarom dat was. op de iPad stonden ze gedraaid, op de Mac gewoon rechtop. We hebben ervoor gekozen ze er even af te halen en zijn nu bezig met het opnieuw uploaded. door de langzame verbinding kan dit even duren)

Posted in Grenada | Leave a comment

Race tegen de klok?

De aankomst van onze zoon Wouter in de Carieb is deze keer de deadline. In maximaal 10 dagen moet Charlie II de afstand tussen St. Maarten en Martinique overbruggen. Voor degenen die de kaart goed kennen nog iets preciezer: van Simpson Bay naar Fort de France. Hemelsbreed 240 mijl. In één vaartocht minder dan twee etmalen. In 10 dagen moet dat zéker lukken, toch?
Op de eerste etappe naar Antigua zijn we het er al snel over eens. De motor maakt een vreemd geluid. Anders dan anders. Ons schip trilt ook heel erg. Iets wat we niet eerder hebben gevoeld. ‘Zou dat komen door de lijn van de bijboot die in de schroef heeft vastgezeten tijdens het uitstapje met mijn neef?’ vragen we ons af. Rob is net na het voorval met de lijn onder de boot gedoken. Hij heeft er niets vreemds gezien. Volgens een bevriend zeiler en techneut die we in Jolly Harbour treffen, is het hoogstwaarschijnlijk een as die minimaal verbogen is waardoor deze in plaats van soepel door een ring of bus heen en weer te schuiven iets langs de binnenkant schuurt. De as moet alleen maar ‘opnieuw inslijten’ waarna geluid en trillen vanzelf verdwijnen. Gerustgesteld beginnen we aan deel twee van de reis.image

Aan de westkust van Guadeloupe maken we twee stops. In Deshaies en Pigeon Bay herkennen we al snel zeilers die net als wij onderweg zijn naar het zuiden en dezelfde stops maken. Hierdoor voelen we ons minder alleen op ankerplekken die tijdens het hoogseizoen tussen december en april uitpuilen van de charterboten maar nu slechts een handjevol permanente bewoners herbergen.
De motor die door het goede zeilweer alleen gestart hoeft te worden bij het aankomen en wegvaren van de ankerplaatsen lijkt iedere keer dat we het contact aanzetten meer trillingen te veroorzaken. Omdat dit in tegenspraak is met het verhaal over het ‘inslijten’ beginnen we ons toch wel zorgen te maken. Er lijkt meer aan de hand te zijn dan een licht verbogen as. Het liefst zouden we er een kenner naar willen laten kijken. Zeker met het oog op het bezoek van Wouter met wie we gepland hebben naar Grenada te zeilen. Maar wie? En waar? We komen net van het zeilers-onderhouds-mekka vandaan. Teruggaan is gezien de tijdsdruk geen optie. ‘Zit er op Guadeloupe geen Volvo dealer? vraag ik Rob. Ik meen me te herinneren dat we er tijdens onze weg omhoog iets over gelezen hebben.’ Na wat geblader in de gids vind ik het juiste artikel plus een advertentie van het bedrijf. Het zit niet op Guadeloupe maar in Case Pilote een van de oudste kustplaatsjes van Martinique. Een paar mijl vóór onze eindbestemming. Mooier kan niet!
We zetten direct direct koers naar de Volvo-man met slechts een stop van uur in Les Saintes om Uitreis stempels te halen. Tegen het ochtendgloren laten we twee mijl voor onze bestemming het anker neer. Té moe om verder te kunnen. Het is bovendien nog te vroeg om te kunnen bellen. In ieder geval zijn we op ruim tijd vóór het bezoek op Martinique. Nu maar hopen dat de motorproblemen ook tijdig opgelost zijn.

IMG_1333 DSCN3513

Een verademing is het, afspraken maken met een Europeaan. Een Zweed in dit geval. Wát een andere manier van werken dan gebruikelijk in deze contreien. We liggen nog maar amper vast of er staat al een monteur aan boord om de motorgeluiden en- trillingen te beoordelen. Er zijn serieuze stukken en door tijdig te stoppen hebben we erger voorkomen. De problemen die wij nu hebben kwamen bij de eerste exemplaren van ons type motor veelvuldig voor. Door modificaties is dit verholpen maar daardoor zijn helaas de benodigde onderdelen niet meer op voorraad. Het is dus niet Frank’s schuld dat het onderdeel vanuit België moet komen, dat door het tijdverschil levering over het weekend getild word, dat het bagageruim van het vliegtuig te vol is waardoor ons pakket pas de daaropvolgende dag meekan! Frank houdt ons in ieder geval continue op de hoogte, zorgt voor een huurautootje en gratis snel internet. En nog op dezelfde dag van levering van het benodigde materiaal wordt de motor van Charlie II gerepareerd.

image IMG_0129 DSCN3472 DSCN3485

De drie dagen die we met Wouter vastliggen in het vissershaventje van Case Pilote maken we van de nood een deugd door wat high lights van het eiland aan te doen. Zo maken we een wandeling op hoogte over een smalle, betonnen rand langs een door slaven aangelegd kanaal. In St. Pierre bekijken we de overblijfselen van de allesvernietigende vulkaanuitbarsting uit 1920 en bestuderen gekleurde vissen op een mooie snorkelplaats vlak bij de ligplaats van Charlie II. Onderwijl kan hij wennen aan het boordleven en tijdverschil van zes uur met Nederland. Zodra Charlie weer op pad kan, hoppen we zuidwaarts van baai naar baai en van eiland naar eiland om zoveel mogelijk Caribische sfeer te proeven.

DSCN3605 DSCN3612 DSCN3617 DSCN3583

Wouter beleeft veel eerste keren. Een eerste nacht varen op zee, een sprong van een echte klif, zijn eerste duikles en een lesje in Caribische verkoop techniek. Als we in Anse d’Arlet de souvenirwinkel uitkomen met nieuwe rookwaar roept een local naar Wouter: ‘Belle moustache!’ Blij verrast blijven we staan. Precies waarop de man hoopte. Want pas als hij onze volle aandacht heeft, komt zijn ware bedoeling boven en vraagt om een sigaret. Na het compliment is het moeilijk weigeren zodat hij even later met in iedere hand een sigaret afscheid neemt.

DSCN3623 DSCN3625 DSCN3620 DSCN3574 DSCN3586 DSCN3600

DSCN3525 DSCN3530 DSCN3548 DSCN3549 DSCN3551 IMG_0930

 

Na een krappe drie weken sluiten we de vakantie af zoals we begonnen zijn. Met de bezichtiging van enkele high lights. Nu op het Engelse eiland Grenada vanwaar Wouter in de vroege ochtend van vrijdag 17 juni 2016 begint aan de lange terugreis naar Breda via Barbados, Martinique, Parijs en Amsterdam.

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Terugkeer op St. Maarten

Posted in St.Maarten | 3 Comments

Rob’s wens gaat in vervulling

‘We varen even bij ze langs. Vragen of ze mee willen’, zegt Rob doelend op vrienden die verderop liggen in Marigot Bay (Franse zijde St. Maarten) en we na maanden weer treffen. ‘Wij gaan naar het happy hour in Lagoonies-bar (samenscholingsplek van menig Nederlands zeiler). Zin om mee te gaan?’ ‘Ja, wij wilden ook zo gaan. We komen zo wel achter jullie aan.’ ‘Oké, tot straks!’ Rob trekt de gashendel open en we tuffen onder de Marigot Bridge door de Lagoon in, het binnenmeer dat overloopt van de Franse in de Nederlandse kant van het 2-landen eiland. Halverwege horen we achter ons een luid gejoel. ‘Tot zóóó!’ We hoeven ons al niet meer om te draaien om te zien wie dat zijn want op datzelfde moment worden we voorbij gestoven door de veel snellere bijboot van onze vrienden. In de lagune in St. Maarten waar het vol ligt met mega jachtenkom je er al snel achter dat hoe groot of snel je boot ook ishet altijd nóg groter, nóg sneller kan. Rob hoeft niet groter maar wil wel graag sneller. Althans met de bijboot. Met mij is de discussie hier al over gevoerd. Sneller betekent diefstal gevoeliger, zwaarder (nóg moeilijker op te takelen), duurder terwijl we iets hebben dat goed werkt en we nooit haast hebben. Echt noodzakelijk onderhoud gaat voor. En daar hebben we een hele waslijst van. Polyester reparatie, nieuwe antifouling, nieuw canvas (van het huidige scheuren de naden open en alles lekt als een zeef), nieuwe marifoon en meer. Dagelijks varen we door de lagune op zoek naar de juiste onderhoudsbedrijven die rondom de plas in grote getale te vinden zijn. Tijdens een van deze tochtjes gaat Rob’s wens toch in vervulling. De motor begint plotsklaps te sputteren. Hikt nog een paar keer om er vervolgens helemaal mee uit te scheiden. Een sleep door een andere dinghy brengt ons bij Lagoonies waar we onder net genot van een kop koffie strategie bepalen. Onze bijboot heeft inmiddels bijna dagelijks extra lucht nodig om te blijven drijven (de lijm tussen de naden van de opblaasdelen lost langzaam op). De motorstukken zijn een herhaling van problemen die we er in Suriname mee hadden. Nog wel te repareren maar voor hoelang? Je snapt het waarschijnlijk al. De dag erop snellen we met 9 paardenkrachten meer (15 nu) in onze nieuwe bijboot in de helft van de tijd door de Lagoon.

Tien dagen wonen we op hoogte als Charlie II op blokken op de wal staat voor versteviging van het achterschip en een nieuwe algen werende laag aan de onderkant. Net op tijd voor de start van de Heineken regatta liggen we weer voor anker. Nu in Simpson Bay, de Nederlandse kant. Op de eerste rij naast de vaargeul met uitzicht op de brug zien we de 200 deelnemende schepen langs varen. Het is een gekrioel van jewelste als aan het einde van een wedstrijddag iedereen weer de Lagoon in wil. Net als bij het invoegen op de snelweg op het drukste punt in Nederland komen de boten van alle kanten op de vaargeul af en moeten dan invoegen tot ze in één file achter elkaar naar binnen kunnen zodra de brug geopend is. Na afloop van dit zeilevenement keert de rust snel terug. In een paar dagen tijd verdwijnende de boten een voor een naar het Franse St. Barth (Saint Bartholomy) of het Engelse Antigua voor een volgende wedstrijd.

Ook wij zeilen, nog wel voor de echte drukte, naar St. Barth waar we genieten van een wandeling over een verscholenpad langs de kust met fraaie vergezichten. Maar het meest spectaculair vinden we het binnenkomende en vertrekkende vliegverkeer. Door de hoogte van het landschap aan de ene kant van de korte landingsbaan en de zee aan aan het andere einde duiken de kleine toestellen (tot max. 20 pers.) schommelend door de harde wind steil naar beneden om vol in de remmen te gaan zodra de zielen de grond raken zodat ze niet aan het einde van de landingsstrook in het zilte nat verdwijnen.

Uitgerust keren we terug naar St. Maarten voor onverwacht bezoek uit Nederland. Voor het eerst varen op een zeilboot, onderweg vis vangen voor op de barbecue, een nachtje slapen op het water, dolfijnen en een heuse haai spotten (gelukkig waren we net weer aan boord na het snorkelen). Ondanks wat lichte zeeziekte hebben onze neef en zijn vrouw twee heerlijke dagen aan boord. Met een gezamenlijk bezoek aan de wekelijkse braderie in Grand Case sluiten zij een geweldige vakantieweek af. Wij varen Charlie II terug de Lagoon in, nemen afscheid van Nederlandse, Canadese en Duitse vrienden die we langere tijd niet zullen zien en laten de harde wind achter ons voor vertrek naar Nederland.

Foto’s volgen zodra we in Nederland zijn!

Posted in St.Maarten | Leave a comment

De Nederlandse eilanden St. Eustatius en Saba

Onder het donderend geraas van laag overkomende vliegtuigen, piepjes van de travellift, het gierende geluid van slijptollen en schuurmachines op de jachtwerf in St. Maarten waar Charlie II in onderhoud is, blikken we terug op onze bezoeken aan de Nederlandse eilanden Saba en St. Eustatius. Saba met 2000 inwoners waarvan 800 buitenlandse studenten op nog geen 10 km2 en St. Eustatius met een oppervlak van 13 km2 slechts nietige stipjes op de overzichtskaart van de Caraïbische zee. Ze zijn vulkanisch net als alle overige Leeward eilanden. Het merendeel van de toeristen zijn duikers.
Tijdens een verblijf van een aantal dagen per eiland ontdekken we de grote verschillen. Slechts korte bezoeken omdat de rollerige ankerplaatsen Charlie II laten piepen en kraken. ’s Nachts schuift de matras zelfs met ons erop over de lattenbodem heen en weer. Het van- en aan boord klimmen is lastig. De bijboot en achterkant van ons schip hebben een verschillend ritme in dalen en rijzen op de golven. Net als je op het punt staat op je knieën op het zwemplateau te klimmen, stevig vasthoudend aan het dunne lijntje waarmee het platform op te klappen is, schuift de bijboot onder de klep en duwt hem omhoog. Bij een volgende poging komt Charlie in zijn geheel omhoog terwijl de bijboot in een golfdal naar beneden zakt tot een onoverbrugbare afstand. We hebben hier snel genoeg van.

DSCN3176Vulkaan Quill

St. Eustatius lang en smal met een vlak gedeelte ingeklemd tussen een heuvelterrein en een vulkanische berg verwierf in de gouden eeuw de status van handels-doorvoer-land en was daarmee het belangrijkste eiland in de Caraïben. Op de plaats waar nu een enkele zeiler ankert en een handjevol tankers wacht op olie van het Amerikaanse overslagbedrijf boven op de heuvels, voeren rond 1700 de bevoorradingsschepen af en aan. Soms lagen er wel 300 schepen tegelijkertijd voor anker onder toeziend oog van de kanonnen van Fort Oranje.

DSCN3206Olieoverslag

DSCN3156St. Eustatius

DSCN3171Waarheen?

DSCN3129Fort Oranje

DSCN3180Oranjestad

Het ronde, ca 1000m hoge Saba met zijn steile kliffen daarentegen was zó slecht toegankelijk dat het pas na 1940 echt tot ontwikkeling kwam.
Door veranderingen in de economische en politieke situatie in de regio werd de doorvoer functie overbodig en verloor St. Eustatius zijn vooraanstaande positie, de bevolking is gehalveerd, een groot deel van de oorspronkelijke bebouwing is is verdwenen. Voor de jongeren is er weinig toekomstperspectief, mede doordat ze zowel het Nederlands als het Engels té slecht beheersen om elders te gaan studeren. De onlangs gewijzigde voertaal van Nederlands in Engels moet hier verandering in brengen.
Het eiland ademt een sfeer uit van gelatenheid. Het voelt of er tientallen jaren niets is veranderd en dit ook de komende jaren niet zal gebeuren. Behalve de paar gerestaureerde straten en panden zien de plaatsen die het eiland aantrekkelijk(er) kunnen maken er vervallen uit, zoals de botanische tuin en het zwarte strand dat al langere tijd bezaaid ligt met doorweekte pakjes sigaretten. Wat Eustatius leuk maakt, is het makkelijke contact met de Nederlanders op het eiland. Zoals Joske die heerlijke Lavazza koffie schenkt in haar pas geopende lunchroom en oud marineman Cor die hier op vakantie is en samen met Rob op zoek gaat naar scheepswrakken onder water. Met zijn vrouw bedwing ik de bijna 700m hoge vulkanische berg ‘the Quill’.

Op weg naar SabaOp weg naar Saba

DSCN3331Saba

DSCN3280Haven en The Bottom

DSCN3275De oorspronkelijke en enige toegangstrap

DSCN3262De weg omhoog vanaf de haven

Op ‘The unspoiled Queen’ Saba oogt alles onbedorven, nieuw, schoon, fris en erg Europees met zijn witte huizen met rode daken. Het merendeel is ook niet ouder dan zo’n 75 jaar. De weg tussen de stadjes ‘The Bottom’ op het laagste punt van de krater en ‘Windwardside’ dateert zelfs pas van 1958.

DSCN3238Windwardside

DSCN3255Museum op Saba

DSCN3134Interieur van museum

DSCN3248Internetten bij het toeristenbureau

DSCN3224Wonen op nivo

 

DSCN3220Schilderkunst in de kerk

Iedereen spreekt voor ons verstaanbaar Engels, is vriendelijk en onderneemt van alles om het de bezoekers naar de zin te maken. We gaan zeker nog eens terug als het weer echt heel rustig is zodat we onze voetsporen kunnen achterlaten op de uitgehouwen trap waarlangs tot de veertiger jaren van de vorige eeuw de complete bevoorrading van het eiland omhoog gedragen werd. En om de 1064 treden naar de top van de vulkaan Mount Scenery te beklimmen.

Posted in Saba en St. Eustatius | Leave a comment