Atollen, Parels, Bommies en Verhuizen

In de ene gids staat 77 in een ander zeilboek 78. Of het nu 77 of 78 atollen zijn, het zijn er in ieder geval teveel om allemaal te bezoeken in de twee maanden waarin we door de Tuamotu’s (onderdeel van Frans Polynesië) zullen trekken. De sfeer proeven en het leven op een atol ervaren kan ook door er een handvol aan te doen want uiteindelijk zijn ze allemaal vergelijkbaar. Wat is nu precies een atol? Wetenschappers kunnen boeken volschrijven met de uitleg over het ontstaan van atollen, ik zal daarentegen proberen het zo simpel mogelijk te houden. Een atol is eigenlijk niets anders dan een gezonken vulkanisch eiland. Tijdens de duizenden en duizenden jaren dat een vulkaan langzaam in de oceaan wegzakt, groeit er koraalsteen aan de buitenkant tegen de vulkaan. Eerst vast er tegenaan. Later ontstaat er van bovenaf een groef of inkeping tussen het koraal en de vulkaanwand zodat het lijkt of de koraalbrokken losdrijven van de eigenlijke vulkaan.

De koraalbrokken worden groter en groter. Zo ontstaan er stukjes land die mijlen onder water nog steeds vast zitten aan de vulkaan maar eruit zien als eilandjes in een ring om de steeds dieper zinkende vulkaan. Zodra de vulkaan volledig onder water is verdwenen blijven alleen de koraaleilandjes of motu’s zichtbaar; de atol is geboren. Hoe ziet de atol er dus uit: een ring van onderbroken vlak land rondom een waterplas, de lagune of het binnenmeer. De ring hoeft geen exacte cirkel te zijn maar kan ook ovaal zijn of zelfs rechthoekig. De grootte van de atollen verschilt nogal evenals het aantal doorsteekjes of passen die diep genoeg zijn om met een boot vanaf de oceaan het binnenmeer op te kunnen.
Wanneer het in de grote oceaan laag water wordt, wordt het water uit de binnnemeren van de atollen met veel kracht door de smalle passen naar buiten geduwd. Bij hoog water gebeurt het omgekeerde. Op deze momenten is de stroming in de passen soms zo sterk dat zelfs de 110 paardekrachten van Charlie II’s motor niet voldoende zijn om er tegen in te komen. De veiligste momenten om door de passen te varen is daarom bij doodtij, het exacte omslagpunt van hoog- naar laagwater en vice versa wanneer de stroom vrijwel nihil is.
De allerkleinste koraalbrokken die als pilaren uit de bodem van de lagune oprijzen tot net onder het wateroppervlak worden ‘bommies’ genoemd. Ze zijn levensgevaarlijk voor zeilers. Bij aanvaring met je boot geeft het keiharde koraal op zijn minst diepe krassen. In het ergste geval kan je boot zelfs opengereten worden en zink je! Menig zeilboot is hierdoor in het verleden vergaan. Tegenwoordig met satellietbeelden, moderne navigatieapparatuur en exacte weersvoorspellingen is het zeilen in dit gebied veel veiliger maar nog steeds blijft het oppassen geblazen. Behalve doodtij heb je vooral ook daglicht nodig om de bommies te kunnen zien.
‘Nee, dat meen je niet. Willen jullie hier weg?’ Vol verbazing kijken we het stel aan. Twee paar grote, donkere ogen kijken vriendelijk terug. Twee hoofden knikken gelijktijdig ja. De Française en de Polynesische man, onze leeftijd, beginnen te stralen alleen al bij de gedachte aan de op hande zijnde verhuizing. Maar waarom? Waarom zou je weg willen als je op misschien wel het meest idyllische plekje van de wereld woont? Het bordje met aanduiding van een art-galerie volgend lopen we vanaf de enige weg op Fakarava, aangelegd met betonplaten, langs het huis naar achteren. De overdekte ruimte die we betreden, heeft geen deuren, muren en ramen en is met doeken in drieën gedeeld. In de eerste ruimte zien we prachtige decoraties hangen en sieraden gemaakt met schelpen, parels en koraalsteen. Hier wonen creatieve geesten. De ruimte ernaast doet dienst als zitkamer en in de laatste zien we een 2-persoons bed. Omdat er geen achtergevel is kijk je vanaf iedere plek vrijuit over de lagune waar de achterkant van het perceel aan grenst. Binnen een paar passen stap je zo vanuit je bed in het ondiepe, heldergroene, badwarme water. ‘s Avonds heb je zicht op de ondergaande zon wat hier immer een prachtig schouwspel is.

Een motorboot ligt binnen handbereik voor de grotere afstanden over water. Wanneer het heel stil is, en dat is het vaak, hoor je het rollen van de golven van de oceaan aan de buitenkant van de landstrook. Zó smal is het land. Dus…verhuizen?! Wij snappen er niets van. We weten dat Fakarava met een binnenmeer qua grootte vergelijkbaar aan het IJsselmeer en met een lengte van 55 km het grootste atol is van de Tuamotu’s. Dat was al zo toen het stel hier neerstreek op de grootste motu. Maar het aantal inwoners, inmiddels 850, is reden om te verhuizen. Ze vinden het te druk worden en willen heel graag naar de overkant van de lagune om op een veel kleinere nog rustiger motu te gaan wonen.
De parels waar Frans Polynesië om bekend staat, werden oorspronkelijk door free-diven, duiken zonder luchtflessen, opgedoken en de parels werden gebruikt voor knopen. Toen er nieuwere materialen beschikbaar kwamen om knopen van te maken en het parelduiken steeds gevaarlijker werd doordat de duikers dieper moesten zoeken om pareloesters te vinden, raakte het parelduiken in de vergetelheid. In de 70-er jaren werd een nieuw procedé ontwikkeld om de natuurlijke parelgroei te manipuleren. In de afgelopen 50 jaar zijn overal op de eilanden

‘parelfarms’ uit de grond gestampt en is de parelindustrie ‘big business’ geworden. In plaats van het zandkorreltje dat uitgroeide tot parel zijn DNA en antibiotica heden ten dagen de belangrijkste ingrediënten in de huidige parelindustrie. Niet alleen In het centrum van Tahiti zijn ontelbare parelwinkels te vinden ook op de andere eilanden worden ze op veel plaatsen verkocht. Overal zie je dezelfde oorbellen, armbandjes en kettinkjes. Duizenden. Des te verrassender zijn de sieraden in de art-galerie. Ieder sieraad is origineel qua ontwerp en ik vind ze prachtig. Kiezen is lastig. Ga ik voor wit, voor blauw, voor….? Uiteindelijk vind ik een ketting en armbandje die perfect matchen met uit zandkorrels ontstane ‘echte’ pareltjes. Na een hartelijk afscheid wandelen we terug naar ons kleine bootje. ‘Verhuizen?’ Ik zou niet nóg rustiger willen wonen maar wat mij betreft mag het Frans-Polynesische paar nu best verkassen. Ik heb de buit binnen.
Wij verkassen ook. Tien mijl zuidelijker waar de betonweg al even plaatsgemaakt heeft voor een koraalpad leggen we voor een aantal dagen aan aan een meerboei bij jachtservice Pakokota.

Opnieuw inslaan

De voorraad levensmiddelen aan boord was grotendeels op voordat we Charlie II voor twee maanden alleen achterlieten aan de steiger van Marina Taina in Tahiti. Er was zelfs geen fatsoenlijke koffie meer aan boord. In een knalgele verpakking restte enkel nog wat bruin poeder afkomstig uit Panama van zó slechte kwaliteit dat een half pond eigenlijk niet eens genoeg is voor vier koppen. Daarom én met het oog op een snel vertrek naar de Tuamotu atollen waar niet veel te koop is, maken we de eerste dagen na terugkeer meerdere malen de gang naar de supermarkt, een wandeling van circa vijftien minuten langs de weg die rond het eiland loopt. Buiten de marina voert de eerste paar meter over een brede stoep die al snel overgaat in een onverhard gedeelte waar een continue stroom tegemoetkomende auto’s, twee rijen dik, ons rakelings passeert. 

Halverwege, daar waar de weg iets verbreed is zodat auto’s er kunnen stoppen, stond een overdekte groenten en fruit kraam. Tijdens onze afwezigheid is de enkele kraam een paar meter verplaatst en uitgebreid met nog twee schaartafels waardoor een heuse winkel in de buitenlucht. is ontstaan ingesloten tussen reuzen palmbladeren en grenzend aan de moestuin erachter. Het oogt donker tussen de uitstaltafels. Er is een zeil boven gespannen dat de felle zon en ergste hitte buitensluit. Tussen de in U-vorm uitgestalde waren staat een tafel waarop pompelmoezen en andere zware vruchten die per kilo geprijsd zijn gewogen kunnen worden.

Er zijn nog wat ananassen te koop al is het seizoen bijna voorbij. Met vliegertouw zijn ze per drie aan elkaar gebonden. Komkommers liggen per twee of drie in plastic frietbakjes evenals aubergines en trosjes kleine bananen. Ik heb mijn oog laten vallen op een watermeloen. Lekker koud zijn ze een goede dorstlesser. Net wat we nodig hebben. De hitte in Tahiti is wennen na de kou in Nederland. De hele dag snakken onze lijven naar vocht dat sneller op je huid verdampt dan je het naar binnen kunt gieten. De donkergroene kogel die als voetbal niet zou misstaan wordt voorzichtig op de weegschaal gelegd. Vier kilo! Het is een joekel! De volgende morgen als ik de meloen wil prepareren om in de koelkast te kunnen bewaren, staat er een laagje schuim op. Als ik het mes erin zet, stijgt er een ranzige lucht op van gistend vruchtvlees. Voorzichtig stop ik een schijfje in mijn mond om direct te merken dat smaak en geur gelijk zijn. Gatver.. niet meer te eten. Een paar tellen later verdwijnt meer dan 10 euro overboord. Géén fruit, géén sap én een hoop geld armer…balen!

Een aantal dagen later zijn we de kraam al voorbij als ik me bedenk en terugloop. ‘Wat ga jij nou doen?’ vraagt Rob. ‘Terug naar de kraam zeg ik’, ‘ik mag dan nauwelijks Frans spreken en al helemaal geen Polynesisch ik ga het toch melden. Ik laat dit niet zomaar over mijn kant gaan.’ Al gesticulerend weet ik de verkoper het meloenprobleem uit te duiden. Het is een slanke Polynesische man van een jaar of 70. Hij kijkt mij vriendelijk maar enigszins onbeholpen aan en zegt slechts ‘Ma femme, ma femme!’ Al eerder constateerden we dat in Frans Polynesië de vrouwen de baas zijn. Al duwend en trekkend om de volle winkelwagen in het zand en de kuilen overeind te houden en de goede richting in te sturen lopen we terug. De winkelwagen kunnen we in de marina achterlaten waar ze geregeld worden verzameld en teruggebracht naar de Carrefour.  Marina- of supermarktservice? We hebben geen idee. Makkelijk is het wel. Het scheelt vooral veel sjouwwerk. Bij de kraam is het druk en de man nog steeds alleen. 

Er is al een week voorbij sinds het stinkende gevaarte de oceaan inging als ik weer bij de groenten-en fruitkraam stop. Ditmaal is de jonge vrouw die mij de meloen verkocht zelf aanwezig. Ik doe nogmaals mijn verhaal dat ik van tevoren diverse malen in mijn hoofd geoefend heb zodat het er in redelijk verstaanbaar Frans uitkomt. Uit haar reactie begrijp ik dat zij het nog weet en zelfs exact hoe zwaar de meloen was. De vraag die erachteraan komt begrijp ik jammer genoeg niet (…die had ik van tevoren niet kunnen oefenen…) maar de Franse dames naast mij helpen graag. Waar ik de meloen heb gelaten? En of het goed is dat ze geld teruggeeft. De meloen heb ik allang weggegooid, dat stinkding. En natuurlijk is het prima om geld terug te krijgen. Super! 

En als er nog eens iets is, de artikelen gewoon meebrengen en het wordt geregeld! Helemaal blij vervolg ik mijn weg. Wat een geweldige service!

Vers stokbrood, Franse kaasjes, zoete appels, we blijven op en neer lopen voor dit lekkers want het is steeds al op als het op handen zijnde vertrek opnieuw moet worden uitgesteld. Het is februari. De slechtste zeilmaand in deze regio! Het ene na na het andere lage drukgebied trekt onder ons door en brengt storm en bakken en bakken regen mee, meer dan een slechte herfstdag in Nederland, die Charlie II vasthouden op de ankerplaats tussen het rif en het vliegveld van Tahiti. We doen een tweede eilandrondje, bezoeken nogmaals hoofdstad Papeete, lezen uren achtereen, leren Franse en Spaanse woorden, volgen start-en landingsbewegingen van 6-persoons zakenvliegtuigjes, grote Boeings en helicopters en wachten. We wachten tot we zeker zijn van vertrek, pas dan zullen we de dag tevoren nogmaals de gang naar de supermarkt maken om opnieuw groots in te slaan.

Terugkeer naar Tahiti

Het lucht- en spoorvervoer in Nederland is in rep en roer. Treinen worden bij voorbaat geschrapt. Een dag voor vertrek wordt er net als bij aankomst ruim twee maanden geleden sneeuw verwacht. En terwijl op veel plaatsen in de wereld treinen gewoon blijven rijden terwijl er meters sneeuw valt, raken de spoorwegen in Nederland in paniek, zelfs bij een verwachte 5 centimeter. De eerste etappe van onze terugvlucht staat gepland voor 15.00 uur waardoor we uiterlijk 13.00 uur op Schiphol moeten zijn. Uurtje treinen, kwartiertje om op het station te komen. De rekensom is snel gemaakt. We besluiten rond 11.00 uur te vertrekken zodat we zowel op station Breda en de luchthaven extra speling hebben. Dat was vóór de paniek. Naarmate de dag vordert nemen de geluiden over sneeuwval en onze onzekerheid toe. We willen op zeker gaan en halen het vertrek- moment een uur naar voren. 

‘Wat zijn eigenlijk de consequenties van niet op tijd naar Parijs kunnen vliegen?’, vragen we ons daarna af. De etappe Parijs-Tahiti wordt verzorgd door Air France de vlucht tot Parijs door KLM ofwel alles bij dezelfde maatschappij KLM-Air France. ‘Of toch niet?’ Nadere bestudering leert ons dat als we de vlucht in Parijs niet halen we nieuwe tickets moeten kopen. Niks niet één maatschappij die het wel even voor ons regelt. In naam is het één bedrijf, in de uitvoering doen ze net of ze elkaar niet kennen. We hebben twee afzonderlijke tickets dus moeten we gewoon een nieuw kopen als we niet op tijd zijn. Een snelle google sessie levert een prijs op van € 8.000. ‘Nee, niet samen, per persoon!’ Bij het zien van deze prijs beseffen we dat we de vlucht in Parijs kost wat kost moeten halen. ‘Nu meteen vertrekken dan maar en rechtstreeks naar Parijs gaan met de trein? Kost wat extra maar bij lange na geen duizenden euro’s. We vergelijken reis- en vertrektijden, opstapplaatsen, reisduur. Het lijkt zo eenvoudig, direct naar Parijs, maar de werkelijkheid ligt anders. Uiteindelijk blijkt de beste optie zo vroeg mogelijk naar Amsterdam gaan en dan maar zien. Fingers crossed. 

Goed nieuws buiten ziet alles er hetzelfde uit als gisteren! Geen vlokje sneeuw te bekennen. Volgens weeronline gaan er 100% zeker witte vlokken vallen en precies in de twee laatste uren voor onze vlucht. Dat wordt spannend. Vooralsnog loopt de trein van 09.15 gesmeerd over schone rails en staan we na een rit van 53 minuten precies in de vertrekhal waar we ons direct naar de service balie van de KLM begeven. Top zijn die meiden daar! Geen moeite is teveel. Vanuit de gedachte ‘weg is weg nu kan het nog’ worden onze twee losse boekingen samengesmolten tot één, onze ‘odd’ bagage, twee nieuwe zonnepanelen, doorgelabeld én we worden op een vlucht vóór de verwachte sneeuwval gezet in stoelen met extra beenruimte. En kosten? Een papiertje met het website adres van Charlie II want ze willen onze avonturen graag lezen. Geen probleem natuurlijk.

Bij het afgeven van ons enige ruimbagagestuk bij de reguliere incheckbalie breekt het zweet nog wel even uit als de baliemedewerkster een meetlint tevoorschijn trekt. Het wordt met de nodige preciezie langs alle randen van de doos gelegd. ‘Oké’, horen we. Zegt ze echt: ‘ oké? Pff.. daar komen we goed mee weg.’ Ze heeft of een goede bui of haar meetlint is wat uitgerekt, wij weten namelijk dat de vier zijden samen van de kartonnen verpakking 2 cm boven de limiet is. Voor ze zich kan bedenken maken wij ons uit de voeten, geven de voor ons zo belangrijke lading af bij het daarvoor bestemde magazijn en spoeden ons naar de gate. Vlak voor we instappen en de eerste sneeuwvlokken neerdwarrelen, horen we dat onze oorspronkelijke vlucht geschrapt is!

Echt opgelucht ademhalen kunnen we echter pas wanneer de vleugels van ijs bevrijd zijn en de landingswielen van de grond komen. We zijn onderweg!  En het allerbelangrijkste: we komen op tijd in Parijs, niets wat dat nu nog tegenhoudt! 

Zeeën van tijd is er op Charles de Gaulle om rond te slenteren langs de winkeltjes, een Frans t-shirt te scoren en te lunchen. Op tijd bij de gate mogen we als eerste het toestel betreden als bedankje dat we onze handbagagekoffertjes in het ruim laten stoppen. Gewapend met enkel een klein rugzakje met ons vermaak voor onderweg installeren we ons op de achterste rij waar alle vier stoelen voor ons zijn. Ruimte genoeg om afwisselend te puzzelen, lezen, een filmpje te kijken en te pitten. Redelijk uitgerust arriveren we in Los Angeles. 

Omdat we achterin zitten, zijn we als een van de laatsten het vliegtuig uit. Het lijkt rustig op de luchthaven op dit tijdstip. Dan ineens is er een oploop voor ons en voor we er erg in hebben, worden we opgeslokt in een mensenmassa die trager dan traag voortschuifelt langs een met verplaatsbare linten gecreëerd labyrint. Vanaf de zijlijn worden aanwijzingen geroepen door slechts een handjevol beambten van Homeland Security die onmogelijk iedereen in de voortdurend groeiende groep mensen in de gaten kan houden. De president ‘van en voor‘ het Amerikaanse volk Donald Trump heeft de nieuwe staatsbegroting (nog) niet goedgekeurd waardoor de medewerkers van het staatsveiligheidsbedrijf voor onbepaalde tijd geen salaris meer krijgen. Geen wonder dus dat het personeel op de luchthaven ver onderbezet is. Maar controles tijdelijk versoepelen? Ho maar. Zuchtend schuifelen we verder. 

…Tahiti…’ Dat is het enige dat we verstaan van het bericht dat uit de luidsprekers knalt. Tegen beter weten in spreek ik iemand van de luchthaven aan in de hoop de lange rij te kunnen ontlopen. ‘Ik ga door naar Tahiti kan ik dan doorlopen?’ Natuurlijk niet hoe kan ik zo dom zijn te denken dat ik de controles kan ontlopen? In Amerika?! Een paranoïer volk bestaat er niet. En dus laten we onze vingers scannen en ons gezicht fotograferen bij een ‘do-it-yourself’ apparaat. Laten we nog een tweede keer onze paspoorten controleren en vingerafdrukken checken en lachen we weer vriendelijk in de camera van een van de weinige douanemannen die nog wel werkt en erop vertrouwd dat het met die financiën wel goed komt. Intussen is onze vlucht vertraagd. Maar geen nood er wordt niet vertrokken vóór iedereen met bestemming Papeete aan boord is. 

Nog even schoenen uit, electronische apparatuur in een bak, vestje uit en in een volgende bak….en dan gebeurt het. Dat kleine rugzakje met spulletjes voor vermaak… daar zit iets gevaarlijks in. Omzichtig wordt er een wit busje uitgehaald met een onleesbaar opschrift en zwart kruis in een rood vierkantje. De negerin schudt een keer met het busje dat deze reis al twee keer eerder zonder extra vragen of problemen door de scan is gegaan. Dan probeert ze met al groter wordende ogen van verbazing de tekst te ontcijferen. ‘What’s this?!’ ‘That’s Dutch’, verklaart Rob. It’s desinfection powder for the watermaker. We live on a boat! Ze kijkt ons aan, schudt haar hoofd en zegt dan met een smile: ‘you seem nice people I believe you’. We mogen door. Op dezelfde plek als we uitgestapt zijn, staat hetzelfde vliegtuig met al onze ruimbagage er nog in en ploffen we neer in dezelfde stoelen voor de laatste etappe.

De kleine luchthaven in Papeete oogt super relaxed. De controle is een fluitje van een cent. De bagage hebben we snel compleet. In de hal naar buiten spelen mannen in Hawaï bloesjes een welkomstnummer op de ukelele. 32 uur na vertrek uit besneeuwd Nederland lopen we naar buiten de felle zon in bij een temperatuur van ca. 32 gr. Welkom terug op Tahiti! IA ORANA

Society eilanden

Voor het eerst in 5 jaar zijn we in Nederland tijdens de feestdagen en kunnen we terugkijken op een mooi jaar waarin we ongelooflijk veel mijlen afgelegd hebben. Helaas worden we op de eerste Pacific eilanden ook geconfronteerd met slecht internet en een writersblock van Annemieke. Het lijkt zo onnozel om iedere keer weer te schrijven dat we het zo goed hebben en dat het weer zo mooi is. Laat staan om er dan iedere keer weer plaatjes bij te doen van prachtige stranden e.d.

Echter, het is niet anders! Om jullie niet te veel te vervuilen met onze dagelijkse beslommeringen hebben we een kort filmpje gemaakt van ons bezoek aan Tahiti, Moorea, Bora Bora en Tahaa (net boven Raiatea). We hopen dat jullie het mooi vinden.

Zes weken Markiezen 3

Het is wel duidelijk dat wij voor het updaten van onze blog ook niet op Tahiti en Moorea moeten zijn (sinds begin juli hoppen we heen en weer tussen deze Society eilanden) want het is al weken geleden dat ik schreef versneld onze belevenissen op de site van Charlie II te zullen zetten. We blijven het proberen. Omdat de internetverbindingen hier zo slecht zijn deze keer helaas zonder foto’s. Die komen in een later stadium.

Zes weken Markiezen (vervolg)

Voor we het volgende Markiezen eiland op onze route aandoen, maken we een tussenstop aan de westkant van Hiva Oa. Onder toeziend oog van Maria die vanuit een hooggelegen nis in de rotswand op ons neerkijkt, varen we de lege ankerplaats binnen en gaan zo dicht mogelijk tegen het strand liggen. Opgeschoten struikgewas en een ocrastellage blokkeren het verdere uitzicht. Nieuwsgierig naar wat daar achter is, zoeken Jos en ik de volgende morgen onze weg over het zwarte zand tussen de vele krabbennesten vol leven. Als we opkijken komt een jonge vrouw op ons toegelopen, een Française. Ze is opstapster op de enige andere zeilboot in de baai. Wij hebben kennis gemaakt in Panama. ‘Het is hier mooi!, vooral dáár’, zegt ze terwijl ze naar achteren wijst, ‘daar is echt het paradijs’. We lopen de aangewezen kant uit en tot onze verbazing zien we een kleine bron onder aan een rotswand met glashelder water, omgeven door een sappig groen grasveld en struiken vol prachtige bloemen. Het is een natuurlijke zoetwaterbron die gevoed wordt met water uit het gebergte, de bodem is bedekt met grote keien. In het water huizen garnalen en kleine schelpdiertjes. Drie collega opstappers baden er en wassen er hun kleren.
Een pad voert ons van de bron langs het huis van de enige permanente bewoners temidden van boomgaarden vol sappige mango’s, papaja’s, limoenen en broodfruit en een sappig groen weiland. De vrouw nodigt ons vriendelijk lachend uit om bij haar te komen zitten op planken die als banken dienstdoen onder een houten overkapping. Haar man voegt zich een paar tellen later bij ons en begint de betekenis van zijn uitgebreide lichaamsversiering uit te leggen.
Dit is een schildpad, dat een hagedis en dat…Regelmatig valt daarbij het woord Tiki. De Polynesische tiki’s, goden en beschermheiligen, zijn overal op de eilanden te vinden prominent op een bergtop of al eeuwenlang diep verscholen in het regenwoud, in souvenirwinkels en op armen, benen, ruggen en schouders als onderdeel van de abstracte tatoeages waarmee vrijwel iedere bewoner versierd is.
Enthousiast geworden door onze belangstelling, troont de Polynesier ons mee naar zijn openlucht werkplaatsje. Hij is houtbewerker en een regelrechte kunstenaar. Uit de losse pols snijdt hij de prachtigste Tiki-beelden uit ruwe boomstammen die verkocht worden aan toeristen. Hij heeft net weer een partij weggebracht. Jammer, ik had er graag eentje willen bezitten. Erna is het huis aan de beurt. Drie achter elkaar gelegen even grote, sober ingerichte vierkante ruimtes: een primitieve keuken -koken gebeurt buiten boven een houtvuur-, zitkamer en slaapkamer. De zitkamer is volledig gevuld met het pronkstuk van zijn arbeid, een houten schaaktafel met fraai bewerkte poten. Ook hierin zien we afbeeldingen uit de natuur terug.

Een nóg vruchtbaarder, groene vallei vinden we op Nuku Hiva. In Daniels Bay is slechts een pad dat landinwaarts voert en uitmond in, jawel, een vallei die uitmond in het water van deze zelfde baai. Vanaf het strand klauteren we over rotsblokken die bij vloed onder water komen te staan. Tientallen meters verder voert het smalle pad omhoog. Salamanders schieten voor onze voeten weg, heremietkreeften kruipen schielijk terug in hun geleende behuizing. Op het hoogst gelegen punt hangen de struiken vol bloemen die de Polynesische vrouwen in hun haar dragen. We dalen af en waden door een rivier waarbij het water tot boven onze knieën komt. Weer op het droge staat op een paar meter afstand op een sappig groen wandelpad tussen hoog boven ons uit stekende bananenplanten een gespierde Polynesische man in bodybuilders houding slechts gekleed in een halflange broek, zijn bovenlichaam bedekt met tatoeages. Hij roept en wenkt. Door een ware oase volgen we hem naar zijn huis waar we kennismaken met zijn vrouw Kua. De vruchtbare vallei is al generaties het bezit van haar familie en behalve Kua en haar man wonen er nog tien familieleden.
Ingesloten tussen donkere, grimmige rotswanden en het water van de Stille Oceaan, enkel per vaartuig bereikbaar, is het dagelijks leven een mengeling van eenvoud zoals uit de tijd van de jagers en verzamelaars uit de geschiedenisboeken en luxe door gebruik van hedendaagse techniek. Aan de overkapping van het huis hangen machetes voor het werk in de moestuin en fruitboomgaard, in het aangrenzende water wordt vis gevangen, de jacht op wilde geiten en varkens die in de omgeving rondscharrelen zorgen voor vlees bij de maaltijd. Maar pekelen en inmaken is niet meer nodig. Een diepvriezer aangedreven door energie van zonnepanelen maakt deze ouderwetse technieken om voedsel lang houdbaar te maken overbodig. De vers fruitsapjes die we er blijven drinken worden gemaakt met hulp van een electrische blender. Tijdens onze rondwandeling ontdekken we zelfs een auto. Met heel veel hulp is deze vanaf een boot de vallei ingebracht om slechts dienst te doen als sterke arm wanneer de paardenkrachten van mens en dier niet toereikend zijn.
De stilte zonder de geluiden van een stadse omgeving is rustgevend, de seizoenen bepalen het dagritme waarbij de tijd soms zelfs stil lijkt te staan. Maakt dit deze adembenemend mooie plek tot hét ‘Paradijs’? Heel eerlijk, wij zouden er niet willen wonen. Geef ons maar een meer bewoonde omgeving met winkels en terrasjes die met vervoer over land bereikbaar zijn. Je zult maar voor ieder wissewasje door de onstuimig kolkende watermassa heen moeten die ons ten deel viel toen we Daniels Bay uitvoeren richting het eiland Ua Pou, ons niet gezien.