Ankeren achter het rif

Met 6 kn wind en ook nog eens recht van voren is het onmogelijk om te zeilen. We tuffen daarom op de motor het kleine stukje van Little Harbour naar White Bay. Volgens de cruising guide van de Virgin eilanden is het een hele gezellige plek. Mooi wit strand met een beroemde bar waar ze een nóg beroemder drankje schenken. De ‘painkiller’ een mix van rum, ananassap, cocusmelk en jus d’orange. Om er te komen moeten we tussen de rode en groene boeien door die de vaargeul markeren. Aan de buitenzijde van de geul is het té ondiep door een rif dat over de hele breedte van de baai loopt. Achter het rif is het water vlak, mooi groen en zó ondiep dat je geen tientallen meters ankerketting hoeft neer te laten. We hebben een grandioze middag. Zeker wanneer we een fles champagne opentrekken en tot onze middel in het water, glazen in de hand proosten op Brigit’s verjaardag. Ze is helemaal niet jarig, maar voor de onwetende Amerikanen om ons heen reden om met ons te toasten en een praatje aan te knopen. Ze willen van alles van ons weten. Waar we vandaan komen, hoe we hier zijn. Met als reactie: ‘Did you sail all the way from Europe. Did you cross the Atlantic. WoW! Hoe long did that take you?’ Andersom kennen we vaak in slechts enkele minuten hun hele levensverhaal. Zo open zijn ze.
Een tintje donkerder bruin met een buik vol echte Hollandse frites met mayo keren we terug aan boord. Na het eten kijken we een film. Nr. 333 uit de meer dan 900 die we een dag eerder gedownload hebben. Waarom 333? Zomaar. Ik moest van Rob een willekeurig getal kiezen en deze keuze vond ik wel leuk. Erna was ik toch maar even af zodat de keuken geen rotzooi is bij het opstaan. Na de vaat beginnen we steeds meer te rollen. Het wordt zo erg dat ik besluit naar bed te gaan. Per slot is het ook al 21.30 uur! Vlak daarna stapt Rob ook in bed. We lezen nog een paar minuten. Doen dan het licht uit om te gaan slapen. Als ik in het donker lig kan ik de slaap niet vatten. Het is net of ik weet dat er iets staat te gebeuren.
Beng! Ik schiet overeind. Wat was dat? Beng! Nog een keer. Dit is zeker niet het geluid van een ruk aan de ankerketting. En weer: beng! ‘Rob’, roep ik angstig: ‘Volgens mij raken we de grond!’ Het water is gezakt en de golvende beweging ervan zorgt dat we in het dal van de golf net niet genoeg ruimte onder de kiel hebben. Voor de zekerheid halen we een paar meter ankerketting in waardoor we Charlie II naar een iets diepere plek trekken. Dat helpt. Het ‘bengen’ is gestopt.
Een paar tellen later, ogenschijnlijk is er niets aan onze situatie veranderd, voel ik toch weer een vreemde siddering door de boot gaan. ‘Ik kan me niet voorstellen dat dit een grounding is’, zegt Rob. ‘Nee, deze siddering misschien niet. Maar die beng van net wel dat weet ik zeker! snauw ik hem toe, opgefokt als ik inmiddels ben en er helemaal niet gerust op dat we niet toch weer de grond hebben geraakt.
‘Ja, die eerste twee keer wel. Maar goed we kunnen nu toch verder niets doen. We kunnen niet nog meer ankerketting binnenhalen. Zodra het licht is zullen we het anker ophalen en een stuk verderop gaan liggen. Daar is het wat dieper. Nu er zoveel boten weg zijn, moet dat kunnen.We liggen nu in ieder geval wel beter dan daarnet.’ Nog geen kwartier later merken we dat we helemaal niets beter liggen als we duidelijk voelen dat we de bodem raken gevolgd door een hele serie naschokken. Het is ineens weer veel erger geworden en we moeten nog drie hele uren wachten voor het hoog water wordt. Zelfs dan rijst het niet meer dan 10 cm. En of dat genoeg is? Bij de volgende ‘breng’ tril ik net zo hard als Charlie II. We moeten iets ondernemen, nú direct, de idyllische baai van overdag is veranderd in een monster.
Heel rap worden we ineens. We zetten we de navigatie aan, halen het kapje van de dieptemeter en zetten het kontakt aan. Voor de tweede keer vandaag raast de adrenaline door mijn lijf. Ik snel naar de voorpunt. Shit, het is stik donker. Ik zie niks. Zelfs als mijn ogen gewend zijn aan de duisternis blijft de ankerketting onzichtbaar boven het inktzwarte water. ‘Ik heb dat groene lampje nodig’, roep ik naar Rob. Zodra het lichtschijnsel op de ketting valt duw ik op de knop. De ankerketting komt ratelend omhoog. Met tellen probeer ik het aantal meters in te schatten onderwijl turend in het water of ik het anker zie. Boegschroef naar rechts, naar links. Dan zijn we los.Terwijl we langzaam naar voren varen zie ik het opspattende schuim op het rif dichter en dichter bij komen oplichtend in het schijnsel van de opkomende sterren. ‘Pas op voor die catamaran voor ons!’ Ja, nu! Anker down. 01.30 uur. We liggen weer vast. Het rollen en draaien is eerder erger dan minder geworden maar het ‘bengen’ blijft eindelijk weg. De rest van de nacht blijf ik buiten in de kuip liggen bedacht op ieder onheil. De grond raken we niet meer maar de nacht vervormt mijn blikveld. De muren van het barretje verderop op het strand in felle Caribische kleuren veranderen in witte en beige wapperende lakens. 10 meter krimpt tot 1 meter. In het donker lijkt alles zóveel dichter bij. Vooral de boten om ons heen. En de wal! Als we die maar niet raken bij het draaien!
Pas als het weer licht is en we even over 07.30 uur het rif achter ons laten, komt mijn hartslag weer tot rust.

De Britse maagden

Houd je van water en ben je je vakantie aan het plannen? Ben je niet op zoek naar cultuur maar wil je bijkomen in de zon op een mooi strand met aansluitend glashelder water, een gezellige bar in de buurt zonder de massaliteit van de toeristische oorden in Europa, dan zijn de BVI’s echt top.
Het allerleukst is als je een boot tot je beschikking hebt waarmee je afwisselend de drukkere en rustiger, ongereptere plekken kunt bezoeken. Na het bezoek aan Virgin Gorda verplaatsen wij dan ook om de twee à drie dagen naar een andere ligplaats.


Allereerst naar Tortola. Met 4 m2 mijl behorend tot de grootste van de Britse eilanden en behoorlijk dichtbevolkt. Hier vinden de mannen alles wat ze voor het kluswerk nodig hebben. Redelijk geprijsd teakhout, schuurpads en lijm. Ondertussen doen wij vrouwen uren boodschappen. Dwz eerst hangen we langdurig op een terras met koffie en iets lekkers. Erna kijken we onze ogen uit in een beautyshop met honderden haarstukken. Rekken vol knotjes, staarten, vlechtjes in goudblond, zwart, henna, …het overgrote deel van de zwarte dames in deze regio mixt echt met nep haar. Pas als we onze verbazing te boven zijn, laden we in hoog tempo de boodschappentassen vol met etenswaren en gaan terug naar de boot.


Klussen wordt afgewisseld met relaxen. Steeds wanneer van 1 m2 dek het oude rubber is uitgekrabd, rotte latten zijn vervangen, dat gedeelte weer voorzien is van nieuwe kit en is geschuurd gaan we iets leukers ondernemen zoals het aangelegde pad op het mini Sandy Cay Island verkennen nadat we vanaf de boot naar de kant gezwommen zijn. Op blote voeten lopen we over verdorde bladeren de vele heremietkreeften en salamanders ontwijkend. In minder dan 15 minuten ben je het eilandje rond en terug op het mooie witte zandstrand. Een onvergetelijke plek want de volgende dag zitten we vol met rode, jeukende bultjes die pas na een dag of drie verdwijnen. Zandvlooien, zich niets aantrekkend van de brandende zon, hebben massaal hun sporen nagelaten. Ze kiezen duidelijk een ander moment op de dag dan de insecten die met misschien wel miljarden familieleden de regio bevolken en zich vooral happy voelen tijdens ‘happy hour’. Zodra de zon ondergaat en je nietsvermoedend van een locale painkiller*of bushwacker* nipt, slaan ze toe. Je ziet ze nooit de “no see ‘em(s)” maar je voelt ze des te meer!

(* bushwacker=wodka, kalua, bailey’s, cocosmelk, nootmuskaat /
painkiller=rum, sinaasappelsap, ananassap, cocosmelk,nootmuskaat
De enige echte painkiller is die met Pusser’s rum (zeggen ze). Deze rum werd alleen gestookt op het eiland Tortola. In vroeger dagen gaf de purser of Pusser op de schepen van de Britse marine ieder bemanningslid dagelijkse 1 beker van dit vocht. Helaas is de oude fabriek afgebrand en de productie overgeheveld naar Barbados.)

In tegenstelling tot de eilanden vanaf Grenada tot aan St Maarten die zulke hoge pieken hebben dat je ze gerust bergen kunt noemen zijn de Virgin’s niet hoger dan ca. 300 m en makkelijk begaanbaar zodat je zonder al te veel inspanning de top kunt bereiken. Op Norman Island maakten we na zo’n korte klim een wandeling over de bovenkant van het eiland met uitzicht op schitterende baaien zonder er een boot te zien liggen. Aan de windkant van het eiland wordt het ondiepe azuurblauwe water afgeschermd door nóg ondiepere riffen waardoor alleen de meest avontuurlijke zeilers er durven ankeren. Op Peter Island en Little Jost van Dyke liggen we wél vlak achter een strook zó ondiep dat het water er schuimend overheen klotst. Als ik al zwemmend dit moois probeer te filmen schuif ik met mijn buik over het korte turtlegras onder me.
Op een dag met sterke branding lopen we naar het natuurbad in de buurt dat gevuld wordt met zeewater. De oprukkende golven spuiten hier met enorme kracht tussen en over reuzenrotsblokken heen in het bad erachter. Het is de meest krachtige stortdouche waar ik ooit onder heb gestaan!


Dat het liggen achter een rif niet altijd goed gaat, ondervonden we in White Bay op het eiland Jost van Dyke (vernoemd naar de Nederlander Joost van Dyke) Wil je weten wat er mis ging? Lees dan ook het volgende verhaaltje: ‘Ankeren achter het rif’.

Zelfs een maand is niet genoeg om alle eilanden en baaien te bezoeken. En heel eerlijk, we verlangen na zoveel tijd ook wel naar iets anders dan strand. Naar een andere meer stadse omgeving met wellicht een museum of theater. In ieder geval met een winkel waar mijn camera gemaakt kan worden of een nieuwe lader kunnen kopen (de geïntegreerde lader is stuk). We kiezen Cane Garden Bay aan de noordkust van Tortola als laatste ligplaats in de BVI’s. Het zand is er net niet spierwit wel poeder fijn en voelt heerlijk zacht aan je voeten. Een rij barretjes en eettenten strekt zich langs het strand uit net achter de rij ligstoelen waarop je kunt bakken tot je huid dezelfde kleur heeft als die van de vaste bewoners. Nog een laatste keer genietend van de livemuziek draaien we onze krukken in de bar zó dat we zicht hebben op de ondergaande zon. Die is hier het aller aller mooist! 😉

11.000 Maagden

Was Columbus een vrouwenversierder? Geen idee. Misschien had hij al te lang op zee gezworven zonder een vrouw te zien. Zeker was dat toen hij tijdens zijn 2e grote reis in 1493 op land stuitte tussen St. Maarten en Puerto Rico hij direct aan een liggende vrouwenfiguur moest denken.  Samen met de omringende tientallen pareltjes van ongerepte dicht beboste heuvels met hagelwitte zandstranden kwam de legende van de maagd Ursula bij hem op. Ursula van Keulen die leefde in de 4e eeuw kreeg een huwelijksaanzoek van de toenmalige almachtige Britse koning voor zijn zoon. ‘Nee’ zeggen was er niet bij want er werd gedreigd met dood en verderf. Maar de slimme jonge vrouw stelde als voorwaarde dat ze als geschenk de 10 mooiste maagden zou krijgen, ieder vergezeld van nog eens 1.000 andere maagden….(voor de volledige versie zie google). Zo ontstond de naam Virgin Islands.

Net als de Syriërs, Somaliërs, Marokkanen, etc. in Europa op zoek gaan naar een beter leven, streken de Amerindians of Arowakken al eeuwen vóór de ontdekking van de Virgins neer op de eilandengroep. Ze kwamen peddelend in hun bootjes vanuit Venezuela. Leefden van de opbrengst van het land en de visvangst. Als Columbus voet aan wal zet zijn de oorspronkelijke bewoners uitgestorven. De nieuwe bewoners zijn hoofdzakelijk slaven. Terwijl zij in de tropische hitte zwoegen op de plantages, wordt tussen de grote zeevarende naties de strijd uitgevochten om de eigendomsrechten van het land.

BVI’s

Rond 1850 schrijft Jacob Kramers (Jz):

…Den Engelschen behoren van de Maagden-eilanden: Tortola (4 vierk. mijlen met 6000 inw.), 3 mijlen ten O. van St.-Thomas; het werd in 1660 door engelse Flibustiers den Hollanders ontrukt….…..St Croix daarentegen werd eerst in 1733 door de deensch-west-indische Compagnie van het franse gouvernement voor 750.000 livre gekocht  en in 1754 aan de deensche regering tegen een schadeloosstelling overgelaten….

Anno 2017 behoren de eilanden die allen een vulkanische oorsprong hebben tot drie verschillende naties. Ze zijn Brits, Amerikaans of Puerto Ricaans. St. Croix, St John en St Thomas zijn de drie grootsten en Amerikaans. De Britten hebben het leeuwendeel van de ca. 50 eilanden waaronder de door Columbus ontdekte vrouwenfiguur Virgin Gorda (Fat Virgin). Maar slechts een klein deel is bewoond.

Door de permanente (noord)oosten wind, de zeewatertemperatuur waarin het aangenaam zwemmen is en de onderlinge afstand tussen de eilanden van soms niet meer dan 10 minuten afhankelijk van de snelheid van je boot is het een zeer geliefd zeil- en vakantiegebied. De vele soorten en maten huurboten die op bijna ieder eiland te vinden zijn, maken het extra makkelijk om hier korte of lange tijd rond te varen. Ook als je zelf geen boot hebt.

De eerste twee uur is er nauwelijks wind waardoor we meer rollen dan varen. Toch komen we nog met een gangetje van 2 mijl per uur vooruit. En het wordt beter. De 2 kruipt langzaam naar de 3, de 4… Zou dat te danken zijn aan onze nieuwe genua? Die staat mooi strak. Geen irritant geflapper zoals bij de vorige. We halen zelfs de “Wijlde Swan” in die net voor ons vertrokken is uit St. Maarten. De Nederlandse tweemaster, dwarsgetuigd als een piratenschip, is een stuk groter dan ons bescheiden bootje maar heeft weinig zeil op. Hij is al snel uit het zicht verdwenen mede doordat het om ons heen langzaam donker wordt. Als de duisternis volledig is, verschijnen duizenden sterren aan de hemel die ons pad verlichten tot het eerste ochtendgloren. Tegen die tijd is onze bestemming in zicht.

Nieuwe genua

We droppen het anker achter een rif dat ingeklemd ligt tussen het luxe vakantieresort Bitter End op Virgin Gorda (10 mijl lang en op het breedste punt 2,5 mijl) en het veel kleinere onbewoonde Prickley Pear Island waar we wachten op René en Brigit van de Blue Spirit waarmee we samen de Britse en Amerikaanse eilanden gaan verkennen.

BBQ op het strand

Mooi!

Na een relaxte zondagmiddag op het strand met een heuse Amerikaanse barbecue met hamburgers en koolsla zeilen we richting ‘The Baths’.

Al van verre zijn de giganten zichtbaar. Enorme reuzen van willekeurig op en tegen elkaar gevallen rotsblokken op de grensovergang van  strand naar zee, rotsen vormend waar je gebukt doorheen moet kruipen, verscholen bassins waar je doorheen moet waden en spelonken die voor mooie doorkijkjes zorgen. Pijlen op de rotsblokken geven de route aan die je absoluut gevolgd moet hebben voordat je Virgin Gorda vaarwel zegt. Ook het strand waar wij met Charlie II voor liggen heeft een grot waarvan de ingang enigszins verscholen ligt. Wanneer ik er binnen stap en omhoog kijk zie ik een gat in het plafond van waaruit een dikke boomwortel met vertakkingen als een touwladder naar beneden hangt. De grot zou zomaar als filmset kunnen dienen voor een film met Indiana Jones. Veel indrukwekkender dan Spanish Town. De hoofdstad van het eiland bestaat uit niet meer dan twee langgerekte straten met een supermarkt, souvenirwinkel en boutique. Het is er een doodse bedoening.

Nog nagenietend van de wandel en klauterpartij tussen de rotsblokken vluchten we voor de gestaag hoger wordende golven die steeds sneller en harder het strand teisteren. Een goed moment om op een goed beschutte plaats weer aan het werk te gaan. Met een kapot stuurmechanisme op de  Blue Spirit en een teak-restauratie-klus op Charlie II is dat hard nodig.

Het begin is gemaakt

 

Reis naar het startpunt, deel 2

(Deel 2: Guadeloupe-Antigua-Barbuda-St. Bartholomy-St. Maarten)

 

Vanaf de ankerplek zien we haar net niet staan maar zeilend wordt ze iedere mijl beter zichtbaar, de statige witte dame die schippers waarschuwt niet op de uiterste zuid-west punt van Guadeloupe te varen. Als we haar voorbij zijn wordt de wind snel wisselvallig doordat hij regelmatig achter een heuveltop blijft steken. Met zeilen op én motor aan bereiken we Pigeon Bay. Een noodzakelijke stop omdat we een goed gesorteerde supermarkt nodig hebben. Charlie rolt er zo erg dat binnen alles piept, knarst en kraakt. Snel door dus naar de volgende stop: Deshaies. ’s Avonds kijken we er afleveringen van ‘Death in Paradise’, gefilmd in de omgeving. De tv-serie geeft een goed beeld van de omgangsvormen, het arbeidsethos en de mode op de Caribische eilanden en er komen veel herkenbare plekken in beeld zoals de bakker, barretjes, ons internet terras aan het water én ons uitzicht vanaf het dek van Charlie II. Een aanrader als je wilt weten hoe ons thuis van dat moment er uit ziet.

Zuid-west Guadeloupe

Antigua

Duur resort

Kustlijn Antigua

Selfie alert!

‘…morgenmiddag dan?’… ondanks een bevestigend gemompel of geknik wordt morgen overmorgen, overmorgen wordt na het weekend,…dan is er niet voldoende materiaal of erger dat wat er is blijkt de verkeerde maat of het verkeerde model en worden alle reparaties onzeker. Vrienden op Antigua zijn ten einde raad. Als ze ’s nachts ook nog zich volvretende kakkerlakken horen en er een rat naar binnen kruipt die zich met proviand weer uit de voeten maakt, zijn ze in staat een bord “te koop” op te hangen. Na wat gezamenlijke borrels, technische tips en het verlenen van hand en spandiensten is de boot verkopen en terug naar het land van herkomst van de baan. Reparaties worden uitgesteld tot St. Maarten. Ze verhuizen naar ‘onze’ gratis baai om de hoek met supersnelle WiFi, een wit zandstrand en helder zwemwater waar menig vakantie vierende Amerikaan $1.500 per dag voor moet betalen. Het enige verschil? Wij moeten onze eigen drankjes en hapjes regelen.

Barbuda

Even de weg vragen

En wat doe je dan de hele dag?

Met zijn vieren vertrekken we naar Antigua’s zustereiland.
‘Zie je al wat?’ Met toegeknepen ogen scannen we iedere paar minuten de horizon. Het lijkt eeuwig te duren maar dan eindelijk op slechts 3 mijl afstand licht een witte lijn op in het glazig groene nat. Zó vlak is Barbuda!
Géén dichtbegroeide heuveltoppen, géén vulkanen, géén tropisch regenwoud. Slechts spierwit zand, langs de volledige kustlijn rondom het eiland, een enkele palmboom en een binnenmeer vergelijkbaar aan dat van St Maarten maar zonder de massale bebouwing. We ankeren voor wat eens prinses Diana’s favoriete vakantiebestemming was. Een (nu) bijna verlaten privé bungalowpark op de zuidpunt. Met de camera in meerdere beschermlagen ingepakt in een waterdichte tas zwemmen we meermalen naar de kant.

Onderonsje

Vakantiegevoel

Droomplek

Reisbrochure?

Twee dagen Barbuda voelen als een maand vakantie. Als de branding te wild wordt om nog aan land te kunnen, varen we naar de westkant om uit te klaren.
Laverend tussen twee riffen langs de kust zien we al van verre de locatie van de foto uit menig reisbrochure. Een eenzaam stukje wit strand met een knalgele parasol (op deze dag zit er een fotograaf zijn camera in de aanslag, te wachten op die ene prijswinnende foto) omgeven door groen water. Met enige regelmaat verheft een golf zich, rolt steeds sneller richting land onderwijl een schuimkraag vormend die in duizenden vlokken uiteenspat wanneer de golf op het strand slaat.
Ook aan deze kant van het eiland staat er flinke swell. Bij iedere nieuwe langgerekte golf wordt Charlie aan de achterkant opgetild om seconden later de diepte in te vallen. Zodra we aan de bodem verankerd zijn, laten we de bijboot zakken. Ik wijdbeens op het dek staand voor meer grip, Rob proberend de heftig dansende bijboot stil te houden, lukt het de motor van de railing af op de dinghy te krijgen. Met zijn vieren varen we naar de kant onderwijl de tactiek besprekend hoe we het beste aan wal komen. De zeebodem loopt niet glooiend op zoals we gewend zijn. Als een steil opgetrokken klifwand loopt een zandmuur loodrecht het water in. De kunst is onze rubberboot met de voorkant onder een hoek van 90gr t.o.v. het strand het zand op te varen, op het juiste moment eruit te springen en als een speer de boot verder het land op te trekken. Wanneer de boot dwars komt te liggen, wordt hij door de golven omver geworpen. Spring je te vroeg dan beland je tot je middel in het water. De timing is natuurlijk net niet helemaal perfect. In deels natte kleding lopen we via de tuin van een te koop staand hotel naar een steiger aan de Lagoon. In een verveloze vissersschuit maken we de oversteek naar de enige stad die het 1800 inwoners tellende eiland rijk is. ‘Codrington’, vernoemd naar de familie die het eiland lang in privé bezit had, oogt deprimerend. Zeer slecht onderhouden langgerekte straten, veel leegstaande en overwoekerde huizen met verwilderde tuinen. In de stille straten komen we geen enkele toerist tegen.

Onderweg naar Codrington

Hotel te koop

Codrington

Immigratie

Lunchplek

In een paar tellen zijn we uit bed, zijn de deksels van de navigatieklokken verwijderd en de motor gestart. Het is 05.00 uur en nog donker. Wij zijn klaar voor vertrek. Althans tot we ontdekken dat de autopilot een foutmelding geeft. Balen! Na het uitsluiten van mogelijke oorzaken blijkt een te lage accuspanning de boosdoener. Niets ernstigs gelukkig. Snel halen we het anker op en varen voorzichtig, riffen omzeilend, naar open water waar we voor de 2e maal in onze zeilcarrière het 130 m2 grote genaker-zeil hijsen voor de oversteek naar St. Barth. Uren gaat het gesmeerd.

130m2 zeil

Beet!

Dan gooit een donkere wolk, voorspeller van té veel wind voor het zeil dat we voeren roet in het eten. Zoals we de vaardag begonnen eindigt hij ook. Met problemen. De lijn om het flinterdunne doek te kunnen bergen, loopt boven in de mast vast. De aanwakkerende wind blaast de lijn van de slurf die om het zeil getrokken moet worden buiten bereik en het zeil het water in waar het zich direct als een zak vult met water. Met de nodige inspanning lukt het het doek onder het water uit en over de railing de trekken. Met een 50 cm lange scheur in het genakerdoek bereiken we veilig de eindbestemming van die dag, St.Barths. Hier blijven we één nachtje in een kleine baai liggen. Na een korte, vlekkeloze trip komen we volgende ochtend aan op het startpunt van alweer ons 4e zeilseizoen.

Cultuur snuiven

Waar blijf je?

Uitzicht

St.Maarten

Marigot

Ouwe meuk

Marina royal, Marigot

In twee dagen is dan alles geregeld. Nog een week later na veel heen en weer varen in de Lagoon van St. Maarten en twee hele dagen aan de steiger zijn alle reparaties klaar en pakketten binnen. Wij zijn de trotse bezitters van een nieuw voor- en stormzeil, een zelf geplakte en doorgestikte genaker. Ons grootzeil dat bij vertrek uit Carriacou ineens gescheurd bleek is door de zeilmaker opgelapt. De bijboot kan na versteviging van het RVS-frame weer zonder gevaar voor afbrekende delen opgetakeld worden. En onder garantie is er vanuit Panama een nieuwe E-pirb geleverd waarmee het verzenden van de positie van Charlie weer is veilig gesteld.
Tijd om feest te vieren!!

Feestje

Kerstdiner met Günter en Regina

Kerst